(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
---|
Naar beneden |
---|
Zonder Nederland / VOC was er waarschijnlijk "geen" Taiwan / Formosa geweest en dus is de "eeuwenoude" claim van China op Taiwan maar slechts ca 370 jaar geldig.
Want voor de komst van de VOC naar Taiwan / Formosa rond 1624 was Taiwan / Formosa dun bevolkt met mensen van Maleisisch-Polynesische afkomst, waarvan afstammelingen nu nog slechts een kleine minderheid in de bevolking van Taiwan vormen. Voor de komst van de Europeanen leefden zij hoofdzakelijk van voedsel verzamelen en de jacht.
In het jaar 1583 gaf de kapitein van een Portugees schip het eiland (zonder er overigens aan land te zijn geweest) de naam Formosa (Ilha Formosa = Portugees voor Het schone eiland). Portugezen vestigden een steunpunt in het noorden te Keelung (Pinyin: Jilong). In 1626 werd deze plek in bezit genomen door de Spanjaarden, die er twee forten en een nederzetting bouwden. De Spanjaarden op hun beurt werden weer verdreven door de VOC
In 1990 woonden nog ongeveer 332.000 inheemse Taiwanezen van Maleisisch-Polynesische afkomst op Taiwan, op een totale bevolking van ongeveer 20 miljoen, voornamelijk Han-Chinezen.
Op 5 december 2006 verscheen een bijzonder interview, waaruit we het volgende citeren:
Nederland vormde geschiedenis Taiwan
Verscholen in een kleurloos, doorsnee flatgebouw achter de Roosevelt Road in Taipei, ligt één van de beste VOC-bibliotheken ter wereld. Trotse eigenaar van de meer dan 20.000 banden is de 86-jarige historicus Tsao Yung-ho. Als lid van de prestigieuze Academia Sinica doet Tsao onvermoeibaar onderzoek naar het Nederlandse aspect in de historie van Taiwan.
Het VOC-verleden is fascinerend en vormt de basis voor de geschiedschrijving van dit eiland. Zonder de Nederlanders hadden we geen geschreven bronnen gehad over de tijd voordat de Chinezen naar het eiland kwamen, aldus Tsao.
De Nederlanders zijn nog geen 40 jaar op Taiwan geweest. Het eiland vormde niet meer dan een entrepot voor de handel met Japan en China. Het lag daarvoor ideaal. Taiwan was een winstgevende kolonie, maar er kwam ook veel voor terug. De zendelingen die met de VOC meereisden introduceerden het alfabet. De zendelingen leerden Taiwanese stammen het Nederlandse alfabet te schrijven. Via de VOC kwamen suiker en rijst het land in en kreeg Taiwan een gestructureerd bestuur.
Tsao laat een boek zien met afbeeldingen van zendelingen en brieven in het Nederlands, geschreven door iemand van de Sinkan-stam. Achterin staat een lijst van Nederlandse woorden met de vertaling in Sinkan-taal.
Door Tsao is het Nederlandse verleden op het eiland nu goed gedocumenteerd en geniet Nederland een uitstekende reputatie. Als dank werd de selfmade professor Tsao in 2002, benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau.
VNC Asia Travel is al meer dan 30 jaar dé Azië specialist op het gebied van reizen. VNC Asia Travel heeft in de loop der jaren veel speciale reizen georganiseerd en ook dit jaar hebben wij weer bijzondere themareizen samengesteld.
Taiwan, het ‘andere' China is een bijzondere bestemming. Het eiland voor de Chinese kust heeft de reiziger zeer veel te bieden, van bruisende steden, klassieke Chinese cultuur, een veelzijdige en werkelijk prachtige natuur, de tradities van inheemse volkeren, mooie stranden en de erfenis van de VOC. Vanwege de strategische ligging op de handelsroutes tussen Japan, China en de specerijeneilanden van Indonesië was Taiwan een ideale plaats voor de Nederlanders van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie om er een handelspost, een factorij, te vestigen. In deze reis ontdekken we Taiwan en gaan we op zoek naar sporen van die Nederlandse aanwezigheid.
Voor meer informatie: klik HIER
In China wordt vaak de geschiedenis herschreven en dan blijft het merkwaardig dat over de oudste banden met Taiwan / Formosa bitter weinig wordt herschreven. Men wist voor de 16e eeuw ongetwijfeld dat er op 160 km van de Chinese Westkust een eiland lag, maar belangstelling ervoor was er nauwelijks. Op oude kaarten wordt het Qiuqiu genoemd. Wat er precies op dat eiland Qiuqiu gebeurde, wordt met een dikke nevel in de Chinese geschiedenis bedekt.
De naam Taiwan, i.p.v. het van oorsprong Portugese Formosa, verschijnt pas echt rond 1885, al was de naam al eerder gebruikt, zie hieronder. Waarschijnlijk is de naam Taiwan afgeleid van Tainan aan de Zuidwest kust van China. Tainan wordt nu meestal Taiwan-Zuid genoemd!
Letterlijk betekent Taiwan Terrassen met veel inhammen
Taiwan werd nauwelijks door Chinezen bevolkt, omdat het land zich meer naar binnen richtte dan naar buiten. Chinezen handelden wel overzee, maar keerden altijd weer terug naar huis, althans tot de legendarische Admiraal Zheng He
Zheng He
LINK
Een andere theorie over het niet bezoeken van Taiwan / Formosa door Chinese zeevaarders tot de komst van de Europeanen, zijn de heersende zeewinden en de gewoonte van de Chinese zeevaarders om altijd zicht te houden op het vasteland. Tijdens de Winter moesson staat al direct buiten het Chinese vasteland altijd een wind van N.O. naar Z.W., tijdens de Zomer moesson van Z.W. naar N.O.. Taiwan / Formosa lag voor de Chinese zeevaarders dus in een dode hoek c.q. het was zeiltechnisch niet nodig om eerst naar Taiwan / Formosa over te steken. Dat laatste was ook nauwelijks mogelijk, gelet op de kracht van de daar heersende windrichtingen. Ook de Chinese uitvinding van het kompas in de 13e eeuw, bracht hier geen verandering in.
Volgens een Taiwanees geschiedenis boek werd hun eiland tijdens de Drie Rijken periode (220 - 280) op het vasteland het Barbaren eiland genoemd. In Chinese ogen ook niet bepaald een uitnodiging voor een bezoek.
Later werd hun eiland dus Qiuqiu genoemd, waarom ??? Om van 1368 - 1644 te gaan heten resp. Dawan (Grote inham), Taiwan (Terrassen met veel inhammen), Dayuan (Grote ronding, maar kan ook betekenen Hoge Ambtenaar, ook wel geschreven als:) Taiyuan en Dongfan (Vazal in het Oosten, maar kan ook betekenen Oostelijke Bescherming). Rond 1885 heeft de naam Taiwan blijkbaar uiteindelijk de voorkeur gekregen. Al was de naam Dongfan achteraf in Chinese ogen misschien beter geweest: Vazal in het Oosten, maar kan ook betekenen Oostelijke Bescherming
En dus gaan we het in dit verhaal hebben over de eerste Nederlanders, al dan niet in dienst van de VOC, die richting China gingen en dus komt uitgebreid o.m. de Hofreis van Johan Nieuhof naar Beijing ter sprake, met een aantal originele teksten van Johan Nieuhof:
Wie was Joan Nieuhof? Ook wel Johan Nieuhoff of Johan Nieuhof genoemd. Elders op het internet wordt Johan Nieuhof ook nog Johan Nieuwhof genoemd, deze naam, Johan Nieuwhof is zeker niet goed. Wij houden het maar op Johan Nieuhof.
Maar we gaan het natuurlijk ook hebben over de eerste Nederlanders, niet in dienst van de VOC, die in kontakt kwamen met China: Willem van Rubroek en Dirck China Pomp.
Het Gezantschap der Neerlandtsche Oost-Indische Compagnie,
aan den grooten Tartarischen Cham, den tegenwoordigen Keizer van China:
waar in de gedenkwaardighste Geschiedenissen,
die onder het reizen door de Sineesche Landtschappen Quantung, Nanking, Xantung en Peking en aan het Keizerlijke Hof te Peking,
sedert den jare 1655 tot 1657 zijn voorgevallen, op het bondigste verhandelt worden
Beneffens Een Naukeurige Beschrijving der Sineesche Steden, Dorpen, Regeering, Wetenschappen, Hantwerken, Zeden, Godsdiensten, Gebouwen, Drachten, Schepen, Bergen, Gewassen, Dieren, etc. en Oorlogen tegen de Tarters.
Versiert met over de 150 Afbeeltsels, na't leven in Sina getekent.
En beschreven door Joan Nieuhof
Toen eerste Hofmeester des Gezantschaps, tegenwoordig Opperhoofd in Coylan
Amsterdam
By Jacob van Meurs, Boekverkoper en Plaatsnijder op de Keizersgracht, schuin over de Westermarkt in de stad Meurs
Anno 1665
En dus gaan we het in dit verhaal o.m. veel over Johan Nieuhof hebben, want dankzij Johan Nieuhof beschikken we nu nog steeds over veel details met betrekking tot het China AD 1655 - 1657.
En natuurlijk ook over de VOC en Willem IJsbrantsz Bontekoe en nee, we gaan het niet hebben over de scheepsjongens van de Bontekoe (Hajo, Padde en Rolf), want dat is pure fantasie geweest van de schrijver Johan Fabricius.
Ook Carolijn Visser moet in dit rijtje genoemd, want Carolijn Visser heeft ooit de Hofreis naar Beijing die Johan Nieuhof in de jaren 1655 - 1657 beschrijft, min of meer opnieuw gedaan, zoals beschreven in haar geweldige Buigend Bamboe.
De eerste ooggetuigen verslagen van Westerse bezoekers aan China dateren uit de Mongoolse tijd. De kortere reisbeschrijvingen van de priesters Odoric van Pordenone en Willem van Ruysbroeck / Rubroek, die in opdracht van de Paus de verre tocht naar Cambaluc (het huidige Beijing) ondernamen om de Grote Khan te winnen voor een bondgenootschap tegen de Islam, en het sobere reisverslag van de Marokkaanse wereldreiziger Ibn Batuta, hebben allemaal bijgedragen tot de beeldvorming over China.
Maar het meest tot de verbeelding sprekend waren natuurlijk de avonturen van de Venetiaanse koopman Marco Polo, die op een enkele korte onderbreking na van 1272 tot 1295, het door de Mongolen overheerste China doorkruiste. Polo' s relaas, dat door een zekere Rustichello uit Pisa werd opgetekend toen zij beiden als krijgsgevangenen in een Genuese cel zaten opgesloten, heeft ons een beeld van China opgeleverd dat bij velen soms nog steeds bestaat.
Maar we zouden het niet verder hebben over Marco Polo, elders op het internet is er over Marco Polo ongetwijfeld veel meer te vinden!
Pelgrims gingen toen al naar Jeruzalem en Rome, of naar Mekka en Medina of naar Bodhgaya (boedisten). En deze religieuze reizigers zorgden voor de eerste reisverslagen. Zo is een reisverslag naar het Heilige Land van de non Egeria bekend uit de 4e eeuw......
Maar gauw verder met Willem van Rubroek, want wie was Willem van Rubroek?
Het enige wat we van de Franciscaner monnik Willem van Rubroek weten is dat hij, 20 jaar na Marco Polo, in de jaren 1253 - 1255 een voetreis naar het Hof van de Mongoolse Khan maakte aan de rand van de Gobi woestijn, dus heel dichtbij China.
We weten niet zeker of Willem van Rubroek de eerste Nederlander was die richting China ging, maar Willem van Rubroek is wel de eerste die zijn reis heeft beschreven. Marco Polo's reisverhaal is her en der wat aangedikt, het reisverslag van Willem van Rubroek is waarschijnlijk niet aangedikt, want het is heel nuchter beschreven door de Nederlander (!) Willem van Rubroek.
Onderweg vergelijkt Willem van Rubroek dat wat hij ziet met steden in het toenmalige Europa, Willem van Rubroek was dus voordat hij richting China ging, al een bereisd man.
De reis van Willem van Rubroek was zeer gevaarlijk te noemen: in 1241 waren de Mongolen tot diep in Europa doorgedrongen alle Europese legers ten spijt. Eigenlijk was niemand in staat om hen nog tegen te houden, maar plotseling werd hun veldtocht gestopt en trokken zij zich terug i.v.m. opvolgingsproblemen in Mongolië. Groot-Khan Ugedi was overleden en toen Koning Lodewijk IX van Frankrijk vernam dat zijn opvolger Khan Sartach zich tot het Christendom had bekeerd, werd Willem van Rubroek naar hem toegestuurd. De bekering van Khan Sartach bleek helaas alleen een gerucht, we zouden nu zeggen wishful thinking. Lodewijk IX droomde meteen al van een wereld omvattend plan: samen met de Christen Khan Sartach de Islam aanpakken, het was tenslotte niet voor niets de tijd van de Kruistochten!
Willem van Rubroek bereidde zijn reis goed voor en sprak met een aantal Azië reizigers, zoals Graaf Boudewijn van Henegouwen. Ook bestudeerde Willem van Rubroek de boeken van de grootste geleerde van die tijd: Aartsbisschop Isidorus van Sevilla.
Willem van Rubroek bereikte Constantinopel in 1253 en reisde vervolgens in 2 maanden via Zuid-Rusland naar uiteindelijk Groot-Khan Mangoe in Karakorum. Mangoe reageerde heel laconiek op het bezoek van Willem van Rubroek. Mangoe wilde eigenlijk alleen maar van Willem van Rubroek weten hoe groot de kuddes waren van Lodewijk IX......
Qua godsdienst had Groot-Khan Magoe al de zeer vooruitstrevende mening:
Gelijk God aan de hand verschillende vingers heeft gegeven,
zo heeft hij ook de mens verschillende wegen gewezen
En dus trok Willem van Rubroek na 3 maanden weer terug richting huis. Onderweg kwam Willem van Rubroek een aantal Dominicaner monniken tegen op weg naar waar Willem van Rubroek vandaan kwam, om daar het Evangelie te gaan brengen. Na een negatief reisadvies, zullen we maar zeggen, waarbij de bovenstaande mening van Groot-Khan Magoe een grote rol speelde, keerden ook de monniken maar om.
In totaal zou Willem van Rubroek ca 20.000 km over land hebben afgelegd, hoe het met hem ging nadat Willem van Rubroek weer thuis was gekomen, we weten het niet.
Van de uit Enkhuizen afkomstige Dirck Gerritsz Pomp, bijgenaamd Dirck China Pomp, weten we al weer veel meer. Dirck China Pomp leefde van ca 1544 tot 1608 en was een tijdgenoot van de veel beroemder geworden, ook uit Enkhuizen afkomstige, Jan Huygen van Linschoten.
Citaat uit dit verhaal:
Enkele Nederlanders hadden al eens meegevaren op Portugese schepen en een zekere Jan Huygen van Linschoten heeft zijn ervaringen eind 16e eeuw zelfs uitgegeven : de beroemde " Itinerario ". Heel lang was dit het enigste Europese reisboek naar het Oosten, waar ook Britten en Fransen gebruik van maakten. De eerste Lonely Planet ??
In Nederland bestaat nog steeds de Van Linschoten Vereniging die zich o.m. tot doel heeft gesteld alle reisverhalen die in de loop der eeuwen in Nederland zijn verschenen, opnieuw uit te geven, al dan niet hertaald. Schrijver dezes is een groot liefhebber van de Van Linschoten Vereniging, zie bijv. dit citaat uit ons verhaal over Elmina:
Klein citaat uit de Itinerario van Jan Huygen van Linschoten:
Duotra was een weerloos en giechelig makend kruidensap. Opium, of amfioen, maakte dat een persoon zijn zaet langh op hout ende verlancsaem komt, twelcke die Indiaensche vrouwen geerne hebben, maar bij veelvuldig gebruik van opium kon je impotent worden, waarschuwde Van Linschoten, want verdroogt ende vercout geheelic het zaet van de persoon, diet gebruyct.
Als nadere bijzonderheid over de Indische zeden gaf hij aan dat in Bengalen de schamelheyt van meisjes bij de geboorte werd dichtgenaaid, haer alleenlick latende een cleijn gaetgien om haer water door temaken, ende alse de bruid is, so mach haren man se opensnyden, so groot ende cleijn als hy wil.
Geen onderwerp of Jan Huyghen van Linschoten voerde er in zijn Itinerario de pen over.In 2006 verscheen in de Serie Werken van de Linschoten-Vereniging als Deel 105 het boek
Expeditie naar de Goudkust
Het journaal van Jan Dirksz Lam over de Nederlandse aanval op Elmina
1624 - 1626
Ingeleid en bezorgd door Henk den Heijer.
ISBN 90 5730 445 7
Van harte aanbevolen
Dirck China Pomp was al op 11-jarige leeftijd op zee, heeft waarschijnlijk veel meer meegemaakt dan Jan Huygen van Linschoten, alleen schreef Dirck China Pomp van zijn reizen en avonturen niets op.
In 1568 al, was Dirck China Pomp aan boord van een Portugees schip op weg naar Goa in het huidige India. Vanuit Goa zou Dirck China Pomp twee lange reizen maken naar China en Japan. Japan werd ook in 1595 nogmaals bezocht, en Dirck China Pomp is toen in Nagasaki geweest, waar later in de Baai van Nagasaki de kleinste Nederlandse kolonie zou ontstaan: Deshima, waarover we ook een aantal verhalen hebben: LINK.
Algemeen wordt aangenomen dat Dirck China Pomp de eerste Nederlander is die China heeft bezocht! Toen Dirck China Pomp terug was in Enkhuizen vertelde hij aan iedereen dat China rijk was aan goud, zijde en allerlei edelstenen. Volgens Dirck China Pomp was China het rijkste land ter wereld!
Deze beschrijvingen van China door Dirck China Pomp werden prompt door een zekere Lucas Jansz Waghenaer verwerkt in het in 1592 verschenen, zeer populaire boek Spiegel der Zeevaerdt.
In 1598 nam Dirck China Pomp deel aan de expeditie van de Rotterdamse Compagnie o.l.v. Jacques Mahu en Simon de Cordes die via Straat Magelhaes naar Indië wilde reizen. Ook daarover hebben we natuurlijk al een verhaal:
Wil je weten hoe de Nederlanders op Deshima terecht kwamen en hoe het ze daar verging, lees dan ons verhaal
Het schip De Liefde, een van de schepen van de uit Rotterdam vertrokken vloot van Mahu en De Cordes, belandde in Japan, het begin van Deshima
Dirck China Pomp, schout-bij-nacht van 4 schepen uit de vloot van Mahu en De Cordes, tevens kapitein op het schip De Blijde Boodschap, raakte verdwaald op de Stille Oceaan. Tot in de 19e eeuw ging men ervan uit dat Dirck China Pomp toen de Zuidpool heeft ontdekt: een kust als van Noorwegen, maar dan met sneeuw bedekt.
Dirck China Pomp zou op 64° zuiderbreedte, land hebben gezien. Jacob le Maire beschrijft dit als volgt:
Door alle contrarie Winden is apparent dat Dirck Gerritsz, die ghebreck aan sijn Boeg-Spriet en Fockemast hadde, soo verre Suytwaerts is ghedreven, namelick op vier en tsestich graden besuyden de Straet, op die hoochte wesende, sach int Suyden leggen heel hooch Berchachtich Landt, vol Sneeuw, als het Landt van Noorweghen, heel wit bedeckt en strecktede hem al of het nae de Eylanden van Salomon wilde loopen.
Men gaat er nu vanuit dat dit de Zuidelijke Shetland eilanden geweest moeten zijn, waarmee dit als de ontdekking van (eilanden voor de kust van) Antarctica moet gelden. Maar aan het waarheidsgehalte van het verslag van Jacob le Maire wordt sterk getwijfeld....
Op zoek naar voorraden verzeilde Dirck China Pomp in het nu Chileense, toen Spaanse Valparaiso en werd Dirck China Pomp gevangen gezet in Lima, Peru. Na 4 jaar kwam Dirck China Pomp weer vrij, over het hoe en waarom weten we niet, en dook hij in 1604 weer op in Enkhuizen. Nog eenmaal reisde Dirck China Pomp naar Indië, meteen het jaar daarop al weer, op de vloot van Paulus van Caerden, om pas in 1608 weer thuis te komen, waarna Dirck China Pomp kort erna in Enkhuizen zou komen te overlijden.
In de 19e eeuw verscheen in Enkhuizen over Dirck China Pomp de volgende samenvatting:
Enkhuizen en Leiden deelen de eer China in de Nederlandsche letterkunde te hebben binnengeleid. In 1592 verscheen te dezer stede bij François van Raphelengien, den schoonzoon van den grooten Plantijn, de Tresoor der Zeevaert van Lucas Jansz. Waghenaer van Enkhuizen. Een aanhangsel daarvan bevatte het eerste bericht omtrent China, van de hand van dien anderen Enkhuizenaar, Dirk Gerritsz. Pomp, den eersten Nederlander die China met eigen oogen aanschouwde.
In Sina, zegt Dirk Gerritsz. Pomp, woont seere goet volck ende is een landt seer ryck van Gout, Edel ghesteente, alderhande syde, Perlen, Perlemoer, Camfer, Quicksilver, Rhabarber, Goutdraet, Muscus ende van al dat men mach bedincken, iae al wildemen daer mede laden een schip van dryhondert last...
D'inwoonders... hebben Afgoden als Duyuelen in hun kercken gheschildert die sy eeren.
Sy laten hun nagels groeyen also lanck als sy mogen, mits dat sy gheen gheweere draghen moghen.
D'inwoonders van desen lande zyn brassers, sy eten alderhande spyse, maer liever van een hont dan van eenich ander wiltbraet oft gedierte.
Sy maecken henlieder wyn oft dranck van Rys, daerin sy hun drancken drincken: nochtans zyn sy cloecksinnighe lieden, die alle dinghen connen seer subtylyck ende scherpsinnich maecken.
Welk een zilte zeebries waait nog door dit onopgesmukt verhaal! In 1589 thuisvarende van Goa, tot de Azoren samen met dien derden Enkhuizenaar, Jan Huygen van Linschoten, heeft Dirk Gerritsz. Pomp zeker met deze en andere byzonderheden de lange reis gekort en Jan Huygen heeft nauwkeurig al zijn mededeelingen opgeteekend en verwerkt in zijn eigen Reysgeschrift der Portugaloysers in Orienten en zijn Itinerario. Jan Huygen was de loods voor Houtman en wie na hem kwamen.
Hoe hebben deze, op hun hachelijke tochten, te water en te land dit werk moeizaam zitten uitspellen, waar het behoud van schip en volk kon afhangen van het recht begrijpen van de zeilaanwijzingen.
En dan natuurlijk de algemene opmerking dat een van de hoofddoelen van de eerste scheepsreizen naar de Oost was altijd Sina ende Cathay. (China en Japan)
Citaat uit ons verhaal:
François Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Indiën en de VOC Cornelis Houtman ontmoet Chinezen, zodra hij voor Bantam ankert, en zegt van hen dat zij
Na jaren van voorbereiding vertrokken o.l.v. Cornelis de Houtman vanuit Amsterdam op 2 april 1595 de volgende schepen :
- Mauritius
- Hollandia
- Duyfken
- Amsterdam
om op 15 juni 1596 aan te komen op Bantam, aan de uiterste Westkust van Java. Twee historische data die je voor WOII uit het hoofd moest leren !
15 Juni 1596
in de Baai van Bantam
15 Juni 1596
Cornelis Houtman in onderhandeling in de Baai van Bantamsyn seer cloeck end yverich volck,
die haer geen arbeyt en moeyten en ontsien om een stuc gelts te verdienen
En dan komt natuurlijk Willem IJsbrantsz Bontekoe aan de beurt, de beroemde Schipper naast God genoemd, de man van het schip dat ontplofte midden op zee, maar toch heelhuids aankwam in het Batavia van Jan Pietersz Coen.
Citaat uit ons verhaal
Jan Pieterszn Coen en de uitroeiing van de bevolking op de Banda eilanden (1621)
Jan Pieterszn Coen (de stichter van Batavia) had als lijfspreuk :
Dispereert niet, ontziet uw vijanden niet, want God is met ons
velen vonden dit ooit mooie woorden.
Al in 1635 werd gemeld dat voor de komst van Coen er ca 15.000 mensen op de Banda eilanden woonden, waarvan er in 1635 nog slechts 1000 over waren
In 1886 werd geschreven :Ware voor Coen niet reeds een standbeeld opgericht
(zowel in Batavia, meteen na de Japanse inval in 1942 weggehaald, als in Hoorn : staat er nog steeds),
ik betwijfel of zulks nog zou verrijzen.
Aan zijn naam kleeft bloed
Statue of Coen in Batavia, until 1942.....
Uit ons verhaal over Hotel Des Indes in Batavia nog dit grapje over het standbeeld van Jan Pieterszn Coen in Batavia:
Het Waterlooplein is natuurlijk vernoemd naar de Slag bij Waterloo. Ter ere van de overwinning op Napoleon werd op het Waterlooplein een zuil gebouwd met daar bovenop een Leeuw. Helaas was de Leeuw wat klein uitgevallen t.o.v. de zuil en werd al spoedigHet Hondje van Jan Pietersz Coen genoemd
Waarom? Het leek net of Jan Pietersz Coen voor het paleis van Daendels zijn hondje riep dat bovenop een paal was gesprongen....
Willem IJsbrantsz Bontekoe
Ook in verhalen over Willem IJsbrantsz Bontekoe wordt dit er meestal niet bijverteld: Willem IJsbrantsz Bontekoe nam na aankomst in Batavia, in opdracht van Jan Pieterszn Coen, ook deel aan de eerste aanval van de VOC op Macao. Dankzij het beroemde reisverslag van Willem IJsbrantsz Bontekoe weten we echter nu ook meer van deze even beroemde aanval van de VOC op het toen al Portugese Macao!
Journaal
ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe
vande Oost-Indische Reyse van
Willem IJsbrantsz Bontekoe van Hoorn
1646
Schipper-naast-God, zoals hij later werd genoemd, Willem Ysbrantsz Bontekoe werd geboren in mei 1587 als zoon van Ysbrant Willemsz. en diens vrouw Geertje Jans.
Ysbrant voer als schipper op de vrachtvaarder Bontekoe. Daaraan hadden hij en zijn zoons de familienaam Bontekoe te danken.
Na Ysbrants overlijden in 1607 trad Willem Ysbrantsz in zijn voetsporen. Nauwelijks twintig jaar oud volgde Willem Ysbrantsz Bontekoe zijn vader op als schipper van de Bontekoe. Willem Ysbrantsz Bontekoe gaf leiding aan een bemanning van vijftien koppen en had de verantwoordelijkheid over het reilen en zeilen aan boord.
Willem Ysbrantsz Bontekoe nam dienst bij de VOC en vertrok in het najaar van 1618 voor een reis naar de Oost. Willem Ysbrantsz Bontekoe had zijn aanstelling te danken aan zijn ervaring als schipper én aan de voorspraak van een bewindhebber van de VOC. Bontekoe kreeg als VOC schipper de leiding over de Nieuw Hoorn, het op één na grootste schip dat de VOC kamer Hoorn ooit had laten bouwen. Het had een laadvermogen van zevenhonderd ton en een bemanning van meer dan tweehonderd koppen.
De Nieuw Hoorn had 206 man aan boord, waarvan ongeveer tweederde zeelui waren en de rest soldaten. Ook waren er verschillende ambachtslieden aan boord. Onderweg, maar ook in Oost-Indië, was het onderhoud van de schepen in handen van scheepstimmerlieden, zeilmakers, smeden, touwslagers en andere specialisten. Uiteraard werd ook voorzien in de lichamelijke en geestelijke zorg voor de opvarenden: een chirurgijn en een predikant maakten deel uit van de bemanning.
De Nieuw Hoorn vervoerde 360 vaten buskruit en 56.000 zilversstukken, de zogenoemde realen van achten.
De Nieuw Hoorn van Willem Ysbrantsz Bontekoe vertrok in een vloot van zeven schepen uit Nederland. Het eerste deel van de uitreis verliep, afgezien van een zware storm ten zuidwesten van Engeland, redelijk voorspoedig.
Na vijf maanden kwam Kaap de Goede Hoop in zicht.
v.b.n.o.
De Tafelbaai met
Kaap de Goede Hoop
Kasteel De Goede Hoop toen en nu
LINK
De harde westenwind maakte het echter te gevaarlijk om de Tafelbaai in te lopen en er werd besloten door te zeilen en dan niet volgens de voorgeschreven route in zuidelijke richting, maar zo'n beetje pal naar het oosten.
Citaat uit dit verhaal:
West-Indië kon meestal bereikt worden in 60 dagen en naar Oost-Indië, dat kon wel 270 dagen duren, enkele reis.. en daarom had je hele goede kaarten nodig en moest je alles weten over zeestromingen en standaard windrichtingen. Liep je die mis, dan was vaak het leed niet meer te overzien. Het bekendste wat er dan mis kon gaan, scheurbuik t.g.v. het ontbreken van bepaalde vitamines, ook het drinkwater werd al snel brak....
Meer over deze VOC route's en de daarbij gebruikte kaarten kun je vinden in dit verhaal.
- Azoren
- Kaapverdische Eilanden
- Karrepad of Wagenspoor
- St. Helena
- Abrolhos banken
- Trinidad
- Kaap de Goede Hoop (LINK)
- Straat van Mozambique
- Mauritius
- Ceylon
- Straat Soenda
- Amsterdam en St. Paul
- Houtman Abrolhos
De Nieuw Hoorn was inmiddels de andere schepen van de vloot kwijtgeraakt. Toen bleek dat er scheurbuik begon toe te slaan, moest schipper Bontekoe uitzien naar een verversingsplaats.
Het eiland Réunion, tussen Madagaskar en Mauritius, werd aangedaan. Ondanks een lang verblijf aldaar, werden sommige zieken niet beter. Daarom voer de Nieuw Hoorn een eindje terug, naar Madagaskar, waar eerder Nederlandse vloten volop water en fruit hadden ingeslagen. Daar knapten de zieken inderdaad snel op. Met een aangevulde voedsel- en watervoorraad begon de Nieuw Hoorn aan het laatste deel van de reis.
Met gunstige wind zou het hoogstens een week duren, voor de Nieuw Hoorn bij Bantam arriveerde.
Zoals elke middag daalde botteliersmaat Keelemeyn ook die dag af naar het ruim om zijn vaatje brandewijn bij te vullen. In de krappe, onverlichte ruimte prikte hij zijn kandelaar in een vat brandewijn, vlak boven het vat waaruit hij tapte.
Toen hij klaar was en zijn kandelaar lostrok, viel een gloeiend stukje kaarsepit precies door de sponning in het open vat, dat meteen explodeerde.
Brandende brandewijn stroomde naar beneden, naar de opslagplaats van de smidskolen, maar de alerte botteliersmaat wist de brand met twee kannen water te blussen. Bontekoe liet meer water aanrukken en bleef nablussen, totdat iedereen er zeker van was, dat er geen gevaar meer dreigde.
Nauwelijks was Bontekoe weer boven, of er werd voor de tweede maal alarm geslagen. De kolen waren blijven smeulen, en hadden weer vlam gevat. Met veel water probeerde Bontekoe het kolenvuur te blussen, maar de verstikkende rook die hij daarmee veroorzaakte, maakte het werk erg moeilijk.
Uit voorzorg wilde Bontekoe het buskruit overboord laten zetten, maar dat wilde Opperkoopman Hein Rol niet toestaan. Terwijl tientallen angstige opvarenden het schip al verlieten en zich stiekem in de uitgezette boot en sloep hesen, probeerde Bontekoe samen met een paar timmerlieden gaten in de scheepshuid te boren om het zeewater de brand te laten blussen. Ze kwamen er echter niet doorheen.
Het vuur had nu de olievaten bereikt, en samen met het bluswater zorgde dat voor een vlam-in-de-pan effect. Toen sloeg de brand in de kruitkamer en het schip sprongh aen hondert duysent stucken
Van de 119 mannen die nog op de Nieuw Hoorn waren, overleefden slechts twee de explosie: Schipper Bontekoe en Hermen van Kniphuysen, een Duitse scheepsjongen.
De rest werd aan hutspot gheslaghen, dat men niet en wist waer een stuck bleef. De zeventig laffe deserteurs in de boot en de sloep, die Bontekoe in zijn woede zelfs nog had willen overvaren met het brandende schip, bleken nu de redding van Schipper Bontekoe en Hermen van Kniphuysen te zijn!
Noch in de negen meter lange boot, noch in de iets kleinere sloep, was een kompas, kaart of navigatie-instrument. Masten waren er wel, maar touwen zeilen ontbraken en niemand had eraan gedacht voldoende water en voedsel aan boord te brengen.
Ondanks zijn ernstige verwondingen nam Bontekoe de leiding, tot opluchting van de ontredderde schipbreukelingen. Aan Hein Rol, die zich tijdens het gevecht tegen de brand had laten overhalen om aan boord van de boot te gaan, hadden ze nu niet veel. Ze moesten vertrouwen op Bontekoe's improvisatietalent en dat bleek fenomenaal: Bontekoe liet de van touw gevlochten stootkussens uitpluizen om aan zeilgaren te komen. Van de hemden van de inzittenden werden daarmee zeilen genaaid.
Samen met de timmerman knutselde Bontekoe een graadboog in elkaar en in een bank sneed Bontekoe een windroos en een paskaart van de Indische Oceaan waarin Bontekoe dagelijks de koers uitzette. De mannen in de sloep hadden niemand bij zich die iets van navigatie wist en waren daarom bang van de boot af te raken. Bontekoe nam ze aan boord. De lege sloep liet hij wegdrijven. Het brood was allang op en de 72 wanhopige mannen waren geheel aangewezen op elkaar en op de voorzienigheid.
Als we Bontekoe's Journaal mogen geloven, wierp zijn Godsvertrouwen vruchten af:Wanneer de dorst ondraaglijk werd, begon het te regenen. Toen de mannen aan hun honger dachten te bezwijken waren daar plotseling laagvliegende meeuwen en langs scherende vliegende vissen die zich zomaar lieten grijpen.
Naarmate de dagen verstreken werd de stemming somberder. Bontekoe werd niet meer geloofd wanneer Bontekoe zei dat de kust nu zo dichtbij was dat ze hem morgen zeker zouden zien. De hongerige mannen besloten de scheepsjongens te doden om hun bloed te drinken en hun vlees te eten. Bontekoe wist drie dagen uitstel te bedingen en juist toen die verstreken waren, kwam er, dertien dagen na het vergaan van de Nieuw Hoorn, eindelijk land in zicht!
Op een eilandje voor de Sumatraanse kust aten de mannen zich ziek aan kokosnoten, maar toen ze weer wat opgeknapt waren, voeren ze verder, tot ze op het vasteland een goede plaats zagen om aan land te gaan.
Een eindje landinwaarts was een dorpje. De inwoners die ze ontmoetten waren in eerste instantie bereid om rijst en vlees aan de Nederlanders te verkopen, maar van de ene dag op de andere sloeg de stemming om.
Toen Bontekoe in zijn eentje, begeleid door twee Sumatranen, in een prauw van het dorp naar de kust terug werd gebracht, voelde Bontekoe dat er iets broeide. Zelf nauwelijks bewapend, kon Bontekoe zich tegen de twee tegenstanders nooit verdedigen. Met Psalmgezang wist Bontekoe de mannen echter zo lang af te leiden, dat Bontekoe heelhuids zijn metgezellen bereikte.
Kort daarna pleegden de Sumatranen een aanslag op de schipbreukelingen. Met zestien man minder zeilde de boot langs de kust verder, tot Straat Sunda in zicht kwam. De eindbestemming was nagenoeg bereikt.
Uiteindelijk kwamen de schipbreukelingen een Nederlandse Vloot tegen o.l.v. Frederik de Houtman die hen heelhuids overbracht naar Batavia, naar Jan Pietersz Coen. En vanuit Batavia zou Bontekoe de aanval op Macao, China meemaken. Na de verovering van Macao hoopte Coen vaste voet in China te krijgen.
De Portugezen, gevestigd in de havenstad Macao, beheersten de Chinese zijdehandel. Om die in eigen handen te krijgen, koos Coen recht-door-zee voor een aanvalsstrategie. Macao overmeesteren was het eerste doel van de expeditie. Een nog te bouwen fort op de Pescadores, de eilanden tussen China en het huidige Taiwan, moest het strategische punt worden om de handel tussen China, Japan en de Filippijnen onder controle te krijgen.
Onder commando van opperkoopman Cornelis Reijersz vertrokken op 10 april 1622 twaalf schepen naar de Chinese kust.
Op 24 juni begonnen drie schepen een schijnaanval op het Portugese fort Sao Francisco bij Macao. Door de Portugezen bezig te houden, konden de Nederlandse troepen die op de andere schepen zaten, iets verderop aan land gaan.
Het strand waar de landing zou worden uitgevoerd, werd door slechts 15 man verdedigd; voor de 600 Nederlandse soldaten geen partij. Ze veroverden het strand en trokken met drie lichte kanonnen landinwaarts. Alles leek volgens plan te verlopen, maar toen ze juist binnen het bereik van het grote kanon van de citadel kwamen, trof een schot exakt de Nederlandse buskruit voorraad.
Een enorme explosie was het gevolg. Terwijl de officieren nog twijfelden over doorgaan met de strijd of de aftocht blazen, kwamen de verdedigingstroepen van de stad hen al tegemoet.
Deze hadden in de gaten dat de aanval op het strand een afleidingsmanoeuvre was. Tot in het water werden de vluchtende VOC soldaten achternagezeten. De Portugese overwinning was compleet.
Dit vertelt Willem Ysbrantsz Bontekoe zelf over de (mislukte) aanval op Macao:Nu de directe aanval op Macao was mislukt, bleven de Nederlandse schepen voortdurend langs de Chinese kust kruisen. In de hoop de Chinese handel te ontwrichten werden zoveel mogelijk Chinese schepen aangevallen.
Op de ochtend van 24 juni, bij het eerste licht, kreeg de stad de volle laag; met al onze kanonnen en zoveel als het geschut maar aankon brandden we erop in dat het daverde. Enige tijd later is commandeur de heer Carnelis Reyersz. met ongeveer zeshonderd weerbare mannen naar de wal gevaren. Twee jachten bleven bij het aanlanden in de buurt, opdat de onzen zich daarop onverhoopt konden terugtrekken, en bovendien voor de bescherming van de sloepen en kleinere vaartuigen.
De Portugezen hadden ter hoogte van de landingsplaats een borstwering opgetrokken van waaruit zij enige tegenstand boen, maar ander druk van onze manschappen namen zij spoedig de vlucht naar een hoger gelegen klooster.
Eenmaal aan land wonnen onze mannen flink terrein op de Portugezen, die wel verschillende uitvallen naar hen deden, maar telkens weer met grote moed werden teruggedreven. Uiteindelijk zorgde een ongeluk ervoor dat onze kant alsnog in moeilijkheden kwam: een paar halve vaten kruit vlogen in brand, en zo snel kon er geen nieuw kruit gebracht worden of de Portugezen waren al op de hoogte gebracht door overlopers, te weten enige Japanners.
Naar aanleiding van dat bericht gingen de Portugezen over tot een nieuwe aanval op onze mannen, die zich juist wilden terugtrekken en bij gebrek aan kruit nauwelijks tegenstand konden bieden, velen van hen werden doodgeslagen en de rest vluchtte in grote wanorde naar de boten en kwam terug aan boord.
We telden honderddertig doden en ongeveer evenveel gewonden, onder wie commandeur Cornelis Reyersz., die al bij de landing in de buik geschoten was, maar met Gods hulp toch weer genas.
Zodra de manschappen aan boord waren zeilden we weg naar een eiland ongeveer driekwart mijl bezuiden Macao. We namen er water in en kregen ook onze eerste stuurman weer terug, die eerder op een ander schip was overgestapt.
De honderden Chinese krijgsgevangenen werden ingezet bij de bouw van een fort op de Pescadores.
De eilanden groep
De Pescadores
met o.m. de Nederlandse namen:
Vuile Eilanden
Lange Eilanden
Witte Eilanden
Zwarte Klip
Verdrietig Eiland
Steenklippig Eiland
Rovers Eiland
Vissers Baai
en natuurlijk de opmerking
Dit is vuil en steenachtige grond
De maker van deze kaart,
Ds. François Valentijn
noemde de Pescadores Piscadores
Hoewel de Nederlanders ervan overtuigd waren dat de Chinezen zich uiteindelijk wel gewonnen zouden geven, en dat daarna een vredige, vriendschappelijke handel kon ontstaan, raakten de Chinezen er juist steeds vaster van overtuigd dat alle Nederlanders woeste piraten waren. Zij beschouwden de Pescadores als hun eigen grondgebied en maakten zich op voor de verdediging van de Pescadores.
In 1624 moesten de Nederlanders daarom hun fort in aanbouw op de Pescadores alweer verlaten en vestigden de Nederlanders zich op het nabijgelegen...... Formosa!
Formosa (Taiwan) werd door de VOC slechts 40 jaar overheerst, van 1624 tot 1662.
De predikanten, die de VOC in kasteel Zeelandia stationeerden, beperkten zich in hun bekeringsijver niet tot het garnizoen en verdere Compagniesdienaren, maar evangeliseerden ook onder de inheemse bevolking. Zij hadden veel succes, en de Formosanen waren op weg een christelijk volk te worden toen de Chinese warlord Zheng Chenggong (door de Nederlanders Koksengya genoemd) in 1661 met een grote legermacht een invasie pleegde en het eiland opeiste voor de Chinese keizer.
Een van de slachtoffers van het 8 maanden durende beleg van Kasteel Zeelandia, waarover later meer, was ds. Antonius Hambrouck / Hambroek, dominee op Formosa van 1648 tot 1661. Hambrouck / Hambroek was niet de enige dominee die werd gekruisigd samen met andere Christelijke Formosanen, toen Formosa in 1662 definitief voor de VOC verloren ging.
We ontvingen de volgende reaktie van Dolf Gogelein:
Met veel interesse las ik dit verhaal over Taiwan / Formosa, welk eiland mij ineens is gaan boeien, omdat er een drama is geïllustreerd, waarvan ik een foto vond in het R.K.D.van dominee Antonius Hambrouck / Hambroek - die u ook noemt.
Ik heb twee XVIII eeuwse voor-neefjes, die graveurs waren en ook zelf tekeningen ontwierpen. Hierbij zend ik toe een tekening, waar de standvastige Hambrouck / Hambroek afscheid neemt van zijn getrouwen (zijn dochter valt flauw) de dood tegemoet!
Er zijn twee neven, allebei Abraham Hulk geheten, de een A. Pieterszoon (1718-..?..), de ander A. Jacobszoon (c.1751-na 1817), welke de Hambrouck / Hambroek-illustrator was weet ik niet.
De standvastige Rotterdamse Ds. Antonius Hambrouck / Hambroek neemt afscheid van zijn getrouwen (zijn dochter valt flauw), de dood tegemoet!
Ds. Antonius Hambrouck / Hambroek had Zheng Chenggong (door de Nederlanders Koksengya genoemd) onder ede beloofd, met achterlating van Nederlandse gijzelaars, om zijn landgenoten in Fort Zeelandia over te halen, zich over te geven.
In plaats hiervan riep Ds. Antonius Hambrouck / Hambroek zijn landgenoten in Fort Zeelandia op om vol te houden.... en dat werd hem na terugkomst bij Zheng Chenggong (door de Nederlanders Koksengya genoemd) niet in dank afgenomen....
Over deze Nederlandse "held" is wel geschreven, vooral in de tijd toen wij helden nodig hadden voor ons vaderlands zelfvertrouwen te beginnen bij de patriotten en later tijdens de Bataafse Republiek. Of nog erger, in de tijd dat we onder het Franse juk leden. Helaas hebben wij tegenwoordig minder behoefte aan (goudeneeuwse) helden en zijn de literaire producten rond 1800 door gezaghebbende neerlandici afgekeurd, daarmee - is mijn stelling - zijn ook de helden weggevaagd. Niemand weer immers wie Hambroek was?
Aad voegt er dit aan toe: In de St. Laurenskerk van Rotterdam bevindt zich een monumentje naar aanleiding van de onthoofding deze keer van Ds. Antonius Hambrouck / Hambroek. Antonius Hambrouck / Hambroek kwam namelijk uit Rotterdam....
Over de Pescadores periode (1622 -1624) is dit bekend:
Tevergeefs heeft opperkoopman Cornelis Reijersz geprobeerd vanaf de Pescadores op vreedzame wijze handel te drijven. Maar politiek gezien was de bezetting van de Pescadores een misgreep. Weliswaar konden de Nederlanders vanuit de Pescadores de Chinese kuststrook blokkeren, maar desondanks slaagden de Chinezen erin om de Nederlanders weer van de Pescadores te verdrijven. In Chinese ogen maakten de Pescadores deel uit van China en hadden de Nederlanders hen zeer beledigd door de Pescadores te veroveren.
Tijdens een Nederlandse overval o.l.v. Cornelis Nijenrode op het eiland Gulangyu tegenover Amoy slaagden de Nederlanders er alleen in gebouwen in brand te schieten, maar een verovering werd door de felle tegenstand onmogelijk. Later bleek dat in een van de gebouwen goederen lagen opgeslagen voor Batavia...
Toch maakte de aanval op het eiland Gulangyu door Cornelis Nijenrode indruk, met als gevolg dat opperkoopman Cornelis Reijersz na een voetreis van 4 weken op audientie mocht komen in Fuzhou bij Gouverneur Shang Zhouzuo. Tijdens de onderhandelingen werd o.m. afgesproken dat opperkoopman Cornelis Reijersz zijn fort op de Pescadores zou ontruimen en hem de weg zou worden gewezen naar een baai in Formosa. Met toestemming om daar een handelsnederzetting te mogen stichten, want in Chinese ogen woonden op Formosa immers geen Chinezen! Tegelijkertijd zouden ook 2 Chinese gezanten naar Batavia worden gezonden voor overleg op het hoogste niveau.
Toen Cornelis Reijersz echter te lang wachtte met de ontruiming van zijn fort, met als argument dat hij daarvoor eerst instrukties uit Batavia moest ontvangen, was het geduld van de Chinezen op. Cornelis Reijersz zou naar Formosa vertrekken, zo was de afspraak...
Gouverneur Shang Zhouzuo werd ontslagen en vervangen door Nan Juyi. Nan Juyi ging meteen tot aktie over en stuurde een oorlogsvloot naar de Pescadores, waar zij aan de andere kant dan daar waar de Nederlanders zaten, begonnen met hun opmars naar het Nederlandse fort dat uiteindelijk door 10.000 man zou worden omsingeld overgezet door een vloot van 150 jonken.
Martinus Sonck, de opvolger van de vertrokken Cornelis Nijenrode, had met zijn legertje van 850 man weinig keus. Op 25 augustus 1624 gaf Martinus Sonck zich over en vertrok alsnog met toestemming van Nan Juyi naar Formosa. Martinus Sonck was een van de eerste die besefte dat je bemoeien met interne Chinese aangelegenheden en vooral gevoeligheden, een wespennest tot gevolg kan hebben. Een vloot van 150 jonken en een leger van 10.000 man tegenover je, als Chinese reaktie, het zou op Formosa nog een keer worden herhaald. In Nederlandse 17e eeuwse ogen een overreaktie.....
Martinus Sonck schreef hierover naar Batavia't Ware te wenschen dat wij noyt op de custe vann China hadden geweest
AAN DIT VERHAAL WORDT NOG GEWERKT
Zheng Chenggong
kreeg als eretitel:
GuoXingye
hij die de keizerlijke achternaam mag dragen
in Fuyan uitgesproken als Koksengya
de Nederlanders maakten hiervan
Coxinga
Gouverneur Frederik Coyet van Formosa
In ons Deshima verhaal kwamen we Frederik Coyet ook al tegen:
1647
Handtekeningen van resp. de volgende Nederlanders op Deshima:
Wilhelm Versagen
Frederik Coyet
Antonio van Brouckhorst
Jan van Riebeeck
Wilhelm Bijlvelt
Jan de Groot
Johannes Boucheljon
Willem Thijmonsz
Dirck Meulenaar
LINK
Vlakbij de Chih-Kan Tower,
daar waar ooit het Nederlandse Fort Provintia heeft gelegen,
staat nog steeds dit standbeeld:
De overgave van Gouverneur Frederik Coyet aan Coxinga
het werd de buigende Frederik Coyet niet in dank afgenomen
Na een jarenlang proces
werd Frederik Coyet voor eeuwig verbannen naar de Banda eilanden
na 7 jaar, op voorspraak van Stadhouder Willem III kwam Frederik Coyet weer terug naar Nederland
In 1575 verscheen prompt het boek
't Verwaarloosde Formosa
met als auteur, hoogstwaarschijnlijk Frederik Coyet
AAN DIT VERHAAL WORDT NOG GEWERKT
We gaan verder met een beschrijving van de kontakten tussen Nederland en China, uitmondend in de beroemde hofreis vanaf 1655 beschreven door Johan Nieuhof:
We beginnen met een citaat uit dit verhaal:
Op Aad's eigen site over China (LINK) kun je bijvoorbeeld ook iets lezen hoe Westerlingen met China kennis maakten en hoe China dacht over die rare bezoekers, barbaren in Chinese ogen.... :
Citaat uit een van Aad's China verhalen :
De keizer en dus ook China is het Hoogste op Aarde, namens de Hemel, en dus moet iedereen op Aarde, liefst één keer per jaar, eer komen bewijzen aan de Hemelse keizer. En dat leverde natuurlijk veel misverstanden op, bijv. tijdens bezoeken van Europeanen in het koloniale tijdperk, die zich, op hun beurt, ver verheven voelden boven alle niet-christenen.
Zo ging de Nederlandse VOC gezant ieder jaar keurig met veel cadeau's naar Beijing, maar weigerde ieder jaar weer de kowtow (= met het voorhoofd hoorbaar enkele keren de grond aanraken). De hoed afnemen en evt een kniebuiging, zoals Europeanen dat gewend waren, dat kon ermee door, maar een kowtow.....En dus werden de cadeau's vaak niet eens geaccepteerd en heeft de VOC nooit echt handelsverdragen kunnen afsluiten.
Ook de Britten deden het trouwens niet veel beter. Beroemd is de brief uit 1793 van Keizer Qianlong (de soeverein) aan de Britse koning George III (de vazal) :
King George III was dus "not amused" na het lezen van deze brief en dat midden in de Franse revolutie en na het verlies van de Amerikaanse koloniën.
Uiteindelijk werd China met geweld gedwongen tot het aangaan van betrekkingen met het Westen.
Toen Japan in 1894 Korea binnenviel, sprak de keizerin-weduwe Cixi wel haar verbazing uit dat de Dwergen ons durven aan te vallen.
In het tribuutstelsel waren niet alleen de omringende landen van China, maar ook de Europese, in de ogen van het Chinese hof verplicht om eerbied te komen betuigen aan de Zoon des Hemels, de Keizer van China. Met welke frekwentie die bezoeken moesten worden afgelegd, ook dat werd bepaald door de Zoon des Hemels, de Keizer van China en zijn Hof.
Aan het Hof fungeerde het Libu, het Ministerie van Eredienst, verantwoordelijk voor het Keizerlijk Ritueel, dus ook meteen als Ministerie van Buitenlandse Zaken en ontving in die hoedanigheid, zou je kunnen zeggen, Ambassadeurs. Alle Ambassadeurs werden vanaf de grens begeleid naar Beijing, waarbij de beveiliging van de Ambassadeur en zijn (handels)gevolg voor rekening van het Libu kwam. En dus groeiden deze begeleide reizen uit tot grote gecombineerde handelskaravanen.
Niet alleen om de kosten te drukken, voor zowel het Libu als de Ambassadeurs, ontstonden zeer grote gecombineerde karavanen, want er gold natuurlijk ook dat hoe groter de stoet, die eer ging bewijzen aan de Keizer, hoe meer de Keizer zich vereerd voelde. De grootte van de stoet kreeg zo direct invloed op de volgende stoet, die moest natuurlijk weer grootser zijn....
De keerzijde van deze steeds groter wordende handelskaravanen was wel dat onderweg en in Beijing de lokale markten vaak werden overspoeld door te veel en dus onverkoopbare produkten, en dus was een te grote karavaan wel eens verliesgevend en dus stelde het Libu uiteindelijk een soort rangorde in: de dichtsbijzijnde landen mochten ieder jaar komen en de meest ver verwijderde landen, die dan ook vaak de meest dure produkten in soms grotere hoeveelheden meenamen, maar één keer per 5 jaar.
Hierboven hebben we al ergens de reis onder commando van opperkoopman Cornelis Reijersz, vertrokken op 10 april 1622, met twaalf schepen naar de Chinese kust met aan boord Willem Ysbrantsz Bontekoe, beschreven. We beschrijven nu ook een aantal vroegere, vergeefse reizen van Nederlanders richting China
Op 28 juni 1600 vertrokken o.l.v. Jacob van Neck 6 schepen uit Nederland, 2 daarvan hadden de opdracht om via Indië naar China te varen. Het zou allemaal anders lopen, de 2 schepen kwamen niet verder dan Annam (Birma) en Jacob van Neck kwam via de Molukken in Patani terecht (Siam). Gedwongen door de moesson besloot Jacob van Neck koers te zetten naar China. Na het overleven van een tyfoon, kwam uiteindelijk, tot ieders opluchting land in zicht: Macao.
Jacob van Neck stuurde een zekere Maarten Aap met een sloep naar Macao, maar Maarten Aap kwam nooit meer terug...
De volgende dag herhaalde Jacob van Neck zijn poging en weer werd de bemanning van de sloep gevangen genomen.
Onderhandelingen om zijn mannen te redden, haalden niets uit, geweld werd even overwogen, maar Jacob van Neck schreef hierover in zijn logboek de beroemd geworden zin:
Geweld is nutteloos,
dat zou hetzelfde effect gehad hebben als met 2 schepen proberen geheel Holland te willen dwingen.
Jacob van Neck besloot op 3 oktober 1600 de ankers te lichten en niet meer te wachten op de vrijlating van Maarten Aap en de anderen. De eerste geplande Nederlandse tocht naar China was mislukt.
Jacob van Neck vond wel, zo schreef hij, dat de Chinezen er barbaarse gewoonten op na hielden. Zonder enige waarschuwing hadden zij immers Maarten Aap en de anderen gevangen genomen.
Twee jaar later, april 1602, kwam Jacob van Heemskerck erachter dat de Portugezen in Macao de Nederlanders gevangen hadden genomen en niet de Chinezen. De Portugezen hadden bijna iedereen opgehangen, bang dat ze waren dat de Nederlanders in kontakt met de Chinezen zouden komen. Alleen Maarten Aap was met 3 anderen op een schip naar Goa gezet, alleen Maarten Aap zou ooit weer levend in Nederland aankomen.
Hoe was Jacob van Heemskerck achter de waarheid gekomen: voor Java was een Portugees schip veroverd met aan boord een verslag van de gebeurtenissen! Jacob van Heemskerck besloot hierop wraak te nemen met een onverwachts politiek gevolg: het beeld ontstond in China dat Nederlanders allemaal zeerovers waren...
Op 25 februari 1603 veroverde Jacob van Heemskerck het Portugese schip, de kraak Santa Catarina met aan boord een lading die in Amsterdam uiteindelijk Dfl 2.500.000,= zou opbrengen, waaronder een grote hoeveelheid porselein. Vandaar de uitdrukking kraakporselein......
Zelfs Hugo de Groot haalde de verovering van de Santa Catarina aan in zijn De Jure Praedae, over het terechte recht op buit. Maar waar niemand op gerekend had in 1603, was de Chinese reaktie:
Uit Chinese dokumenten blijkt namelijk dat de Chinezen helemaal niet onwillig zouden zijn geweest tegenover Maarten Aap en zijn Roodharige Barbaarse landgenoten. De Chinese autoriteiten hadden de Portugezen zelfs opdracht gegeven Maarten Aap en de rest naar de Mandarijn te begeleiden, en om dit niet te hoeven doen waren de Nederlanders, op o.m. Maarten Aap na, door de Portugezen zsm opgehangen. Citaat uit het Chinese verslag:
In de negende maand arriveerden 2 schepen van barbaren. Zelfs de tolken wisten niet uit welk land. Zij worden roodharige duivels genoemd. Hun beharing is roodkleurig, hun ogen rond en hun lichaamslengte ongeveer 10 voet.
Hun schepen waren kolossaal. De barbaren van Macao waren bang voor hun handel en hebben de schepen weer verdreven, waar naar toe, wij weten het niet.
Het verhaal van de kaping van de Santa Catarina werd vervolgens door de Portugezen aan de Chinezen uitgelegd als een bewijs van de kwaadwillende roodharige barbaren. En dus kregen de Chinezen het beeld dat de Nederlanders zeerovers waren. Het zou een heel hardnekkig beeld blijven.... Zelfs bij de hofreis van o.m. Nieuhof in 1655 moest de Nederlandse delegatie steeds uitleggen dat zij weliswaar inderdaad de roodharige barbaren waren, maar even vredelievend als de Portugezen waren...
Ook in 1602 al werd een tweede Nederlandse poging gewaagd om in handelskontakt met China te komen. Deze keer o.l.v. Wijbrant van Warwijck.
Wijbrant van Warwijck besloot om vanuit Patani te proberen schriftelijk in kontakt te komen met China. Per toeval kreeg Wijbrant van Warwijck toestemming om aan de Hofreis van de koning van Siam aan Beijing twee gezanten toe te voegen: Cornelis Specx en Lambert Heyn. Helaas overleed de koning van Siam en ging de hofreis niet door....
Impo, een Chinese koopman die zelfs ooit in Nederland was geweest (!), bleek bereid de schepen van Wijbrant van Warwijck naar de Pescadores te loodsen, mits Wijbrant van Warwijck bereid was met veel geld de plaatselijke Chinese autoriteiten en Impo zelf tevreden te stellen en daar was Wijbrant van Warwijck gaarne toebereid en in staat.
Om een lang verhaal kort te houden, ook deze 2e Nederlandse poging van Wijbrant van Warwijck liep op een teleurstelling uit. Uiteindelijk werd de vloot van Wijbrant van Warwijck in een baai van de Pescadores door een Chinese oorlogsvloot omsingeld en vriendelijk doch dringend verzocht zsm te vertrekken. Tegengestelde intern Chinese belangen en Portugese steekpenningen gingen hieraan vooraf. Sommige Chinezen wilden Wijbrant van Warwijck wel toestaan, andere niet...
Admiraal Shen Yourong kreeg uiteindelijk zelfs opdracht de rode barbaren van Wijbrant van Warwijck uit te roeien, maar zo schreef Shen Yourong in zijn verslag:
Deze barbaren zijn gekomen om te handelen, niet om zeeroverij te bedrijven. Als we hen doden, dan vermoorden we onschuldige zielen. En daar is de roem van China niet mee gediend. Als we van hen verliezen in de strijd om hen te doden, betekent dat een schande voor het Keizerlijke Hof. Laten wij hen ervan overtuigen om te vertrekken. Laten zij niets verdienen aan ons, dan zijn ze zo weg.
Om gezichtsverlies te vermijden, mag je aannemen, maakte Shen Yourong het volgende verslag van zijn ontmoeting met Wijbrant van Warwijck:
De barbaar liet het hoofd hangen en barstte in tranen uit. De barbaar zei mij: U heeft gelijk, hoe zou ik het durven China binnen te vallen.
Hem werd een afscheidsmaal aangeboden. De barbaar beantwoordde hierop de geboden gunst en bood een bronzen kanon met kogels aan. Slechts één kogel werd door ons in dank aanvaard. De barbaar pinkte een traan van ontroering weg en zeilde vervolgens weg in westelijke richting.
In juni 1607 probeerde Cornelis Matelieff een volgende poging met 4 schepen en ook hij kwam in kontakt met lokale Chinese autoriteiten. Ook nu moest Matelieff vertrekken, weer grotendeels dankzij een Portugese tegen lobby. Matelieff adviseerde om gewoon door te gaan met proberen....
In de komende jaren zou de VOC nog een aantal tevergeefse pogingen doen...
En toen kwam dus in 1622 de vergeefse poging van Jan Pieterszn Coen onder commando van opperkoopman Cornelis Reijersz, maar dat verhaal, met aan boord Willem Ysbrantsz Bontekoe, hebben we ergens hierboven al verteld.
En zo komen we uiteindelijk aan bij de beroemd geworden hofreis vanaf 1655, beschreven door Johan Nieuhof onder leiding van de gezanten Pieter de Goyer en Jacob Keyzer:
Johan Nieuhof
Wie was Joan Nieuhof? Ook wel Johan Nieuhoff of Johan Nieuhof genoemd. Elders op het internet wordt Johan Nieuhof ook nog Johan Nieuwhof genoemd, deze naam, Johan Nieuwhof is zeker niet goed. Wij houden het maar op Johan Nieuhof.
Het Gezantschap der Neerlandtsche Oost-Indische Compagnie,
aan den grooten Tartarischen Cham, den tegenwoordigen Keizer van China:
waar in de gedenkwaardighste Geschiedenissen,
die onder het reizen door de Sineesche Landtschappen Quantung, Nanking, Xantung en Peking en aan het Keizerlijke Hof te Peking,
sedert den jare 1655 tot 1657 zijn voorgevallen, op het bondigste verhandelt worden
Beneffens Een Naukeurige Beschrijving der Sineesche Steden, Dorpen, Regeering, Wetenschappen, Hantwerken, Zeden, Godsdiensten, Gebouwen, Drachten, Schepen, Bergen, Gewassen, Dieren, etc. en Oorlogen tegen de Tarters.
Versiert met over de 150 Afbeeltsels, na't leven in Sina getekent.
En beschreven door Joan Nieuhof
Eerste plaat uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Het tweede exemplaar van het reisverslag van Johan Nieuhof
In de inleiding van Het Gezantschap Der Neêrlandtsche Oost-Indische Compagnie, aan den grooten Tartarischen Cham, Den tegenwoordigen Keizer van China gaat Johan Nieuhof uitgebreid in op de voorgeschiedenis van de Nederlandse hofreis.
Nadat alle pogingen om een handelsfactorij in China te openen op niets waren uitgelopen, gaf de VOC in 1624 opdracht tot de bouw van het fort Zeelandia aan de ingang van de baai van Tayouan (Taiwan) op de westkust van Formosa. Het was de bedoeling vanaf dit eiland, dat dus buiten de jurisdictie van het Chinese keizerrijk lag, de handel van de VOC in het Verre Oosten te coördineren.
De kolonie Formosa groeide in de jaren 1630-1640 uit tot een van de meest winstgevende vestigingen van de VOC, maar de vreugde bleek van korte duur. Eerst werd het regerende Ming-huis in 1644 door Chinese opstandelingen omvergeworpen, waarbij de laatste Ming keizer zichzelf ophing aan een boom vlak buiten de Verboden Stad.
Citaat uit dit verhaal:Uiteindelijk veroverden de Mandsjoes, die te hulp waren geroepen om de orde te herstellen, de troon.
De laatste Ming keizer heeft zich in 1644 opgehangen op de Kolenberg achter de Verboden Stad, de desbetreffende boom staat er nog steeds, Aad heeft die boom al 3 keer bewonderd, want in die 2 eeuwen na Zhu Di veranderde China ingrijpend, van een extrovert land werd het een introvert land, en deze omwenteling werd ook op gang gebracht door diezelfde Zhu Di....
Na het vertrek van de Grote Vloot brak er (waarschijnlijk) brand uit in de Verboden Stad, men zegt dat de bliksem insloeg. Zeker is wel dat de Verboden Stad verwoest is geraakt, maar hoe ??
In de jaren erna trokken de legers van de jonge Mandsjoe keizer, met assistentie van Chinese troepen, naar het Zuiden en bezetten in 1653 de havenstad Canton aan de Parelrivier - Johan Nieuhof geeft een uitgebreide beschrijving van de belegering in zijn boek.
De ravages die door het hele land werden aangericht waren dus niet alleen het werk van Mandsjoe-troepen. Het nieuwe hof in Beijing kon steunen op de hulp van Chinese warlords met hun troepen.
De 'oude koning' Shang K'e-hsi en de 'jonge koning' Keng Chimau, de onderkoningen van de Zuidelijke provincies die in 1655 de Nederlandse gezanten in Canton ontvingen, waren dan ook Han-Chinezen en geen Mandsjoes. Pas in Beijing aangekomen zouden de Nederlanders, zoals Johan Nieuhof het beschrijft, werkelijk kennis maken met hompen half gaer vleys en speck snijdende en bijtende Mandsjoes én Jezuïeten, die alle machtswisselingen hadden weten te overleven.
De VOC had alle reden om de ontwikkelingen in China met ongerustheid gade te slaan. In de provincie Fuchien, waarmee de VOC factorij op Formosa een vaste scheepvaartverbinding onderhield, waren nog steeds Ming-loyalisten onder leiding van de veldheer Coxinga (Cheng Ch'eng-kung) aan de macht, maar het was de vraag hoelang deze situatie nog kon voortduren.
Van doorslaggevende betekenis bleek het bezoek van de Italiaanse Jezuïet Martino Martini in 1652 aan Batavia.
Martino Martini was, na veertien jaar in China werkzaam te zijn geweest,op weg naar Rome om daar verslag uit te brengen van de ravages van de burgeroorlog. Het ooggetuigenverslag van Martino Martini van de recente gebeurtenissen in China maakte in juli 1652 diepe indruk op de VOC, vooral omdat Martino Martini van mening was dat de onderwerping van het gehele Chinese grondgebied nog slechts een kwestie van tijd was. Wilde de VOC het ijzer smeden terwijl het nog heet was, dan moest de VOC nu in onderhandeling treden met het Mandsjoe-hof, aldus Martino Martini.
Citaat uit ons verhaal
Biografieën en foto's van alle Gouverneur-Generaals van Nederlands-Indië
1653-1678 JOAN MAETSUYKER
GG portrait
GG biography
Gouverneur-Generaal Johan Maetsuijcker bood Martino Martini prompt een vrije passage aan naar Patria op voorwaarde dat Martino Martini eerst naar Amsterdam zou reizen i.p.v. naar Rome.
Martino Martini overhandigde aan de de Heren Zeventien van de VOC in Amsterdam een kaart van China die gebaseerd was op zijn eigen reiservaringen door het land en op bestaand werk van Chinese kartografen.
Ook gaf Martino Martini mondelinge toelichting bij zijn uitgebreide ooggetuigenverslag van de burgeroorlog: De Bello Tartarico Historia in dewelcke wert verhaelt, hoe de Tartaren in deze onse eeuw in 't Sineesche Rijck zijn gevallen, ende hetselve gelijck geheel hebben verovert.
Dit verslag werd begin 1654 eerst in het Latijn bij Plantijn in Antwerpen gepubliceerd, maar in de herfst van 1654, samen met de kaart, ook bij de beroemde kartograaf Johan Blaeu in Amsterdam.
Vader
Willem Janszoon Blaeu
Zoon
Joan Blaeu
LINK
De Heren Zeventien van de VOC, die inmiddels ook van de val van Canton op de hoogte waren gesteld, traden doortastend op.
De Hoge Regering in Batavia kreeg direct opdracht een gezantschap naar het keizerlijk hof te sturen. Daarnaast namen de Heren Zeventien van de VOC een voor hun doen ongewone beslissing. In het algemeen probeerden de Heren Zeventien van de VOC zoveel mogelijk de activiteiten van de VOC in Azië voor buitenstaanders en concurrenten verborgen te houden.
De Heren Zeventien van de VOC waren zich ervan bewust dat hun gezanten misschien wel de eerste Europeanen waren die van de zuidelijke havenstad Canton via rivieren en kanalen door het door burgeroorlog getroffen binnenland naar Beijing in het uiterste Noorden konden reizen, en dus besloten zij, alleen voor deze ene keer, nieuwsgierig naar kennis over de herlike antiquiteiten van Chijna, ruime aandacht aan deze hofreis te geven.
Aan de secretaris van de gezanten, die zoals gebruikelijk een dagboek moest bijhouden, werd nog een tekenaar toegevoegd. In de instructie die de gezanten meekregen werd die beslissing als volgt verklaard:Bij het opstellen van deze instructies hadden de Heren Zeventien van de VOC, op voorspraak van VOC bewindhebber Cornelis Witsen, vermoedelijk al Johan Nieuhof op het oog die, zo was hen bekend, in Batavia verbleef.
Ende aangezien U edele op deese landtreyse, die noch noyt onses weetens door eenich Nederlander is gedaen, veele vreemdicheden die noyt gesien of gehoort en sijn, sullen ontmoeten, soo sullen Uedele van 't een en 't ander perfecte aanteeckeninge doen, ende alles correct beschrijven 't geene Uedele in de wech weedervaren mocht, sijnde den hofmeester die Uedele meede gegeven wert, een constich teyckenaer, door welcken alle steeden, dorpen, paleysen, rivieren, vasticheeden ende andre marckweerdige gebouwen, die Uedele, voorbij passeeren mocht, in haare rechte forme ende gestaltenisse connen afgebeeldet werden.
Sullende oock de beschrijvinge ende een gemaeckte caerte van den Jesuieten pater Martinus Martini, die meest alle deelen des Coninckrijckx van China, soo hij seyt, selven doorwandelt heeft, in uwe reyse, ende veele andere geleegenheeden meer seer dienstich weesen connen.
Johan Nieuhoff, ook wel Nieuhof of Nijhoff zoals Johan Nieuhof zelf zijn naam schreef, werd op 22 juli 1618 geboren te Uelsen in het graafschap Bentheim. Zijn uit Zwolle afkomstige vader en later ook zijn oudere broer bekleedden daar het ambt van burgemeester.
Broer Hendrik Nieuhof schrijft over Johan Nieuhof: Johan was begaaft met een goet verstant en andere deftige hoedanigheden; lustigh en vrolijk van aart, en aangenaam in ommegang; een liefhebber van de poësij, teikenkunst en musijk. Hij sprak verscheide talen, en had groote lust in verre en vreemde landen te besien en t' onderzoeken.
En dat reizen zou Johan Nieuhof dan ook gaan doen: Johan Nieuhof bereisde tussen 1640 en 1672 Brazilië, Zuid Afrika, India, Indië en China, tot hij met noodlottige afloop in 1672 in Madagaskar aan land ging.
Johan Nieuhof was overigens niet de enige die, zoals dat in die tijd heette, de beide Indiën had bereisd. Zacharias Wagenaar, de bekende kartograaf, en Caspar Schmalkalden, beiden eveneens Duitsers, gingen hem voor.
Wat Johan Nieuhof een werkelijk bijzonder man maakte was dat hij, zijn verhaal ondersteunend met aantrekkelijke illustraties, smakelijk van zijn belevenissen kon vertellen!
Met assistentie van zijn in Amsterdam woonachtige broer Hendrick, die schilder was, heeft Johan Nieuhof drie prachtig geïllustreerde boeken over de door bezochte streken nagelaten: de Brasiliaense Zee- en Lantreize (Amsterdam 1682), de OostIndische Zee- en Lantreize (Amsterdam 1682), en het Gezantschap aan den Grooten Tartarischen Cham (Amsterdam 1665, 1682).
In oktober 1640 vertrok Johan Nieuhof in het voetspoor van zijn oom Alexander Picardt naar Brazilië en diende daar bij de WIC in verschillende functies, tot hij in 1649 weer naar het vaderland terugkeerde; de Braziliaanse kolonie was een aflopende zaak.
Na een verblijf van enige jaren in Uelsen, monsterde Johan Nieuhof in de zomer van 1653 weer aan, nu voor de dienst in de Oost. Johan Nieuhof bereikte Kaap de Goede Hoop juist op het moment dat Jan van Riebeeck de spade in de grond stak voor de nederzetting aan de Tafelbaai.
Citaat uit dit verhaal:Johan Nieuhof verkende de directe omgeving van het fort, tekende zoals Johan Nieuhof gewoon was zijn reisindrukken op en maakte ook vele schetsen. Op 30 april 1654 arriveerde Johan Nieuhof uiteindelijk in Batavia, waar hij zijn intrek nam bij zijn stadgenoot Gerrit Eppink.
Jan van Riebeeck
Een raam in het stadhuis van Culemborg
En natuurlijk vonden we ook dit bijzondere kaartje van de Kaapkolonie in de periode tijdens en na Jan van Riebeeck:
Speciaal voor Google zetten we ook wat we op deze kaart kunnen vinden (v.l.n.r. en o.n.b.) even op een rijtje:
- Leeuwenstaart
- Compagnies Tuinen
- Fort De Goede Hoop
- Blokhuis Keert de Koe
- Uitwijk
- Duivelsberg
- Tafelberg
- Ronde Doorn Boschje
- Versche Rivier of Liesbeek
- Compagnies Land
- Grote Schuur
- Blokhuis-den-Bul
- Boschheuvel
- Wijnberg
- Diepe Rivier
Al deze namen kun je ook terugvinden in de schitterende, van harte aanbevolen, roman Stemmen uit Zee van Dan Sleigh, waarover later meer, want eerst nog even dit, een samenvatting over het leven van Jan van Riebeeck tijdens zijn verblijf op het Fort De Goede Hoop:
Jan van Riebeeck krijgt in 1651 als opperkoopman van de VOC de opdracht aan de Kaap de Goede Hoop een verversingsstation in te richten. Onmiddellijk na aankomst op 6 april 1652 pakt Jan van Riebeeck dit voortvarend aan. Als onderchirurgijn in 1637 naar Java vertrokken, bekleedt Jan van Riebeeck diverse secretariaatsfuncties, op het laatst ook bij de Compagnie in Batavia. Vervolgens wordt Jan van Riebeeck ondercommissaris in Deshima en in 1644 waarnemend directeur van de handelspost in Tonkin.
1647
Handtekeningen van resp. de volgende Nederlanders op Deshima:
Wilhelm Versagen
Frederik Coyet
Antonio van Brouckhorst
Jan van Riebeeck
Wilhelm Bijlvelt
Jan de Groot
Johannes Boucheljon
Willem Thijmonsz
Dirck Meulenaar
LINK
Weldra werd Johan Nieuhof als hofmeester aangesteld bij de gezanten Pieter de Goyer en Jacob Keyzer en Johan Nieuhof zal in zijn officiële functie ongetwijfeld betrokken zijn geweest bij de logistieke voorbereidingen van de op handen zijnde expeditie naar China.
Op 19 juli 1655 werden de gezanten Pieter de Goyer en Jacob Keyzer, en natuurlijk vergezeld door Johan Nieuhof, aan boord geroeid van de jachten Koudekerke en Bloemendaal.
Voor we verder gaan met de hofreis van de gezanten Pieter de Goyer en Jacob Keyzer, vergezeld door Johan Nieuhof, maken we eerst deze biografie over Johan Nieuhof nog even af:
Ook over Johan Nieuhof's verdere leven na zijn terugkeer uit China valt nog het een en ander te melden.
In de postuum verschenen Zee- en Lantreize vermeldt Johan Nieuhof dat hij introk bij zijn broer Hendrick te Amsterdam. Ik had daghelix groot bezoek van verscheide liefhebbers om de Sineesche schriften en tekeningen, die ik met mij uit Sina gebraght had, te zien en daarvan te spreken. Na ik mij aldaer omtrent drie maenden, om wat uit te rusten, opgehouden en mijne zake zoo daer als in Zeelant verricht, en het journael of de reisbeschreivingh des Sineeschen gezantschap aan mijnen broeder gelaten had om onder zijn opzigt en op verzoek van vele voorname perzonen te laten drukken, zo besloot ik wederom na Oostindiën te gaan.
Maar Johan Nieuhof had niet alleen zijn eigen zaken op orde gebracht, Johan Nieuhof vervaardigde ook, voor zoo vele mijn gering en kleen verstandt vermochte een geïllustreerd reisverslag (inclusief een kaart van de afgelegde reis door China), dat Johan Nieuhof voor zijn vertrek op 23 oktober 1668 aan de Heren Zeventien van de VOC in volle vergaderinge overhandigde.
In Indië werd Johan Nieuhof na enige jaren van omzwervingen als onderkoopman op de intra-Aziatische vaart, tenslotte overgeplaatst naar de kust van Malabar in Zuid-India, waar Johan Nieuhof in december 1661 werd aangesteld als opperhoofd van de pas op de Portugezen veroverde vesting Coylan.
1678-1681 RIJCKLOF VAN GOENS
GG portrait
GG biography
In juli 1666 werd Johan Nieuhof op beschuldiging van het plegen van malversaties door Rijcklof van Goens uit zijn ambt ontzet. Johan Nieuhof zou onder één hoedje hebben gespeeld met de parelvissers in de regio en met deze mors-handel (smokkelhandel) de VOC hebben benadeeld. Met veel moeite lukte het Johan Nieuhof toestemming te krijgen naar Batavia terug te keren, waar Johan Nieuhof zich na aankomst op 20 juli 1667 hangende het onderzoek bezig hield met het schetsen van de stad en de omliggende natuur.
De jaren verstreken, uit de dienst van de VOC ontslagen teerde Johan Nieuhof in op zijn vermogen; er zat weinig schot in het onderzoek en een formele aanklacht liet op zich wachten. Uiteindelijk hield Johan Nieuhof, zich van geen kwaad bewust, het niet meer uit.
Aangemoedigd door het nieuws van het geweldige succes van zijn boek, dat in 1665 bij Jacob van Meurs verschenen was, trok Johan Nieuhof de stoute schoenen aan en verzocht in een ellenlange brief de Heren Zeventien van de VOC om verlossing uit zijn précaire situatie.
Aan Johan Nieuhof's verzoek werd voldaan, en met speciale toestemming van de Bewindhebbers keerde Johan Nieuhof op 17 december 1670 terug naar Nederland, waar Johan Nieuhof op 9 juni 1671 aankwam.
Weer zou Johan Nieuhof het niet lang uithouden thuis.
Nadat Johan Nieuhof van alle blaam gezuiverd was, tekende Johan Nieuhof nog datzelfde najaar voor een volgende reis naar de Oost.
Het werd zijn laatste reis.
Tijdens een oponthoud in de Moordenaarsbaai op de noordkust van Madagascar, roeide Johan Nieuhof met de stuurman en enkele matrozen met de sloep naar land om drinkwater te halen. De mannen werden niet meer teruggezien nadat zij in de struiken waren verdwenen.
Ook een zoekactie die later op aandringen van broer Hendrick vanuit Kaap de Goede Hoop op touw werd gezet, leverde niets op.
Hendrick Nieuhof heeft met de postume uitgave van de O.I. Zee- en Lantreize en de Braziliaansche Reize een monument nagelaten voor zijn broer Johan Nieuhof.
Heel veel teksten van de Hofreis zoals beschreven door Johan Nieuhof, zijn al her en der op het internet te vinden, dus laten wij wat originele teksten zien geschreven door Johan Nieuhof:
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Na 5-6 maanden wachten
mag de delegatie naar Beijing komen om de Keizer te bedanken
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Het samenstellen van de stoet
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Met de beroemde vraag:
of de Hollanders op de Zee voortgeteelt en woonachtig waren
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Of de delegatieleden ook met de Prins van Oranje bemaaghschapt waren
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Uit genegenheid voor de Hollanders
hoeven de Hollanders voortaan, i.p.v. eens per 5 jaar,
slechts eens per 8 jaar te komen
......en dat wilde de VOC nu juist zien te voorkomen......
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
De kowtow in de praktijk
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Het beroemde antwoord aan Gouverneur-Generaal Johan Maetsuyker
Doe toch niet zoveel moeite,
eens in de 8 jaar is echt voldoende....
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Over het drinken van (de tot dan onbekende drank:) thee, met melk vermengd
Tartarische Boonen-zop
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Wat kreeg iedereen mee als (afscheids)geschenk
voor o.m. Gouverneur-Generaal Johan Maetsuyker
Bijgaand natuurlijk ook dan nog een paar aanvullende prenten van de Hofreis van Johan Nieuhof:
De hofreis van de gezanten Pieter de Goyer en Jacob Keyzer
vergezeld door Johan Nieuhof
Kinnungham
Nanking
Kajutsiu
Beijing
met bezoeken aan
Porcellyne Tooren
Paolinx Pagode
Keizerlijk Hof
LINK
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Het ambassadeurslogement
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Het Keizerlijk Hof in Peking / Beijing
Uit het reisverslag van Johan Nieuhof
Een uitleg van Chinese karakters
We proberen te eindigen met een samenvatting over wat er na de reis van Johan Nieuhof nog gebeurde of kan worden vermeld:
In 1675 reist Pieter van Hoorn als VOC ambassadeur naar Beijing. Pieter van Hoorn publiceert daarover in
Eenige voorname eygenschappen van de ware deugdt, voorzichtigheijdt,
wysheidt en volmaecktheijdt getrokken uijt den chineeschen Confucius.
Pieter van Hoorn schrijft in rijmvorm, in dit kleine boekje uitgegeven in Batavia, samengevat, dat de gedachten van Confucius toch minstens niet strijdig zijn met het Christelijk geloof.
In 1679 gaf keizer Kangxi 58 geleerden opdracht de geschiedenis van de Ming-dynastie (1368-1644) op te schrijven. Daarmee haakte de tweede Mantsjoe keizer in op een eeuwenoude Chinese traditie, want zodra een nieuwe dynastie haar macht gevestigd had, rustte op haar de plicht om de geschiedenis van de voorafgaande dynastie te schrijven.
Vijfenveertig jaar later, in 1724, was de beschrijving over de geschiedenis van de Ming-dynastie klaar. In de buitenlandse rubriek van deze officiële geschiedenis is voor het eerst sprake van een aantal Europese volkeren waarmee het Ming hof in zijn nadagen te maken had gekregen.
Zo wordt het kontakt beschreven met de Folangji (de Portugezen die mochten handelen op het schiereiland Macao in de Parelrivier bij de stad Kanton), met Lüsong (Luzon, de Spaanse vestiging in Manilla, waarlangs grote hoeveelheden Amerikaans zilver China bereikten), met Yidaliya (Italië / Rome, dat via Macao missionarissen naar het hof in Peking zond), en tenslotte met Helan (Holland, ook het land van de roodharige barbaren genaamd).
De Hollanders worden in deze Ming historie gekarakteriseerd als handelaars die door Chinese kooplieden naar de Chinese kust waren gelokt en daar kosten noch moeite spaarden om naar eigen believen handel te kunnen drijven. De Kroniek van Holland beschrijft hoe na een ruim dertig jaar durend leerproces de Nederlanders zich vestigden op het voor de kust van China gelegen eiland Taiwan, waar hun uiteindelijk werd toegestaan handel te drijven.........
In Europa kunnen dus de Nederlanders, samen met de Spanjaarden en Portugezen, bogen op de oudste betrekkingen met China. In de zeventiende en achttiende eeuw bezochten weliswaar enkele Nederlandse gezantschappen Beijing, een permanente diplomatieke vertegenwoordiging in China bezat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden echter niet.
Het duurde nog tot 1727, pas toen kregen de meeste Europese landen, w.o. Nederland, toestemming om in Canton een handelsfactorij te openen.
Canton was immers altijd de haven geweest waar de ambassadeurs met hun (handels)gevolg aan land moesten komen in afwachting van de komst van hun Libu begeleiders.
Vanaf de 18e eeuw begonnen ook weer Chinese schepen verder te varen dan bijvoorbeeld naar Japan (Deshima) en Batavia.
Echter, pas in 1863 heeft het Koninkrijk der Nederlanden in navolging van Groot-Brittannië en Frankrijk formele betrekkingen aangeknoopt met het keizerlijk hof.
Uiteindelijk zou de Nederlandse bewondering over de Chinese ondernemerslust de uitdrukking opleveren dat met de Chinezen van Europa de Nederlanders bedoeld worden. Of men in China daar ook zo over denkt ?
Ook een van de gevolgen van alle verhalen van 16e en 17e eeuwse reizigers over de Keizerlijke tuinen, bijvoorbeeld die rondom het Zomerpaleis, was het ontstaan in Europa van de zogenaamde sierlijke "Engelse" tuinen, duidelijk geinspireerd door Chinese invloeden.
VNC Asia Travel is al meer dan 30 jaar dé Azië specialist op het gebied van reizen. VNC Asia Travel heeft in de loop der jaren veel speciale reizen georganiseerd en ook dit jaar hebben wij weer bijzondere themareizen samengesteld.
Taiwan, het ‘andere' China is een bijzondere bestemming. Het eiland voor de Chinese kust heeft de reiziger zeer veel te bieden, van bruisende steden, klassieke Chinese cultuur, een veelzijdige en werkelijk prachtige natuur, de tradities van inheemse volkeren, mooie stranden en de erfenis van de VOC. Vanwege de strategische ligging op de handelsroutes tussen Japan, China en de specerijeneilanden van Indonesië was Taiwan een ideale plaats voor de Nederlanders van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie om er een handelspost, een factorij, te vestigen. In deze reis ontdekken we Taiwan en gaan we op zoek naar sporen van die Nederlandse aanwezigheid.
Voor meer informatie: klik HIER
Terug naar Aad's homepage, met links naar al zijn verhalen |
---|
![]() |
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
Terug naar de top |
---|