(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
---|
Naar beneden |
---|
AD 1825
Een toelichting staat op het eind.
Ik trad laatst uit de kerk, de klok had twaalf geslagen
De preker had wat lang den tekst ons voorgedragen
Ik sprong haast op van vreugd, toen hij den zegen gaf
En liep de kerk uit met een gezwinden draf.
'k Zag meisjes oud en jong voor bij mij defileren,
Mijn hoed was half verscheurd door haar te salueeren;
Toen eindelijk mijn vriend mij bij de armen nam
En vroeg of ik met hem niet naar de Boompjes kwam
Neen sprak ik, 't is te warm om nu te pierewaaijen
Zoo maar de but en blanc langs havens en langs kaaijen.
De Boompjes 't, is wat raars, zeg mij wat ziet gij daar;
Wat gij daar ziet, het puik van Rottes meisjes schaar,
Te drommel dat is waar, kom daarop losgesneden.
Wy zetleden ons op weg en met verhaaste schreden.
Langs Hoogstraat, Grote Markt, Beursbrug en zo al voort,
Kwam ik de Boompjes in juist aan de Bolwerkspoort.
Mijn hemel riep ik uit wat hebben wij begonnen.
De weg is hier bezaait met hoeden en japonnen;
Ik keek mijn oogen uit toen een meisjes stoet
Mijn aandacht tot zich trok, fluks ligte ik mijnen hoed.
Wie is die blauwoog toch? ginds aan de zij der huizen?
Die blonde poezlen meijt is mooijen Jaan Blokhuizen
Z'is aardig vrolijk lief wild als een hottentot
Die haar een weinig kent wordt ras op haar verzot
'k Zag haar arm in arm met haar bevallig nichtje
Lief Mietje Hudig, fijn en snoepig van gezigtje
Sophietje Hogerwerf wat stijver van figuur
Ging deftig met haar mee, zij zag een weinig zuur
Nu riep mijn vriend, ziet gij dat drietal schoonen niet
Dat ons zeer opgeschikt komt naderen in 't verschiet
Met zulk een fieren zwaai dat het mijn hoofd doet suizen
Het zijn de juffers Brown met blonden Trui Blokhuizen
Zie eens hoe Sophie Brown uit liefde voor haar teint
Een parasol gebruikt hoewel de zon niet schijnt
Ei, zie dien witten hoed haar zwarte haren sieren
En die Oranje schawl om haren schouders zwieren
Toch nauwlijks waren we op 't punt de Draaisteeg in te gaan
Toen eene meisjesclub ons weder stil deed staan
'k Kon de zelven niet, mijn vriend moest weer verhalen
Die lieve vollen meid, zei hij, is Jansje Daalen.
Maar die aan hare zij, eij zeg mij wie is die?
Heb eerbied viel hij in, zij is Cato Monchy
Gij ziet Mimi 's Jacob aan hare regterzijde
Zoo lief interessant als 't schaapje in de weide
'k Deed een stap of tien, Ha! riep mijn vriend, ei zie
Op nieuw een damesgroep, dat duurt a l'infini
'k Vroeg hem ook terstond, wie of die meisjes waren
De eene, zeide hij, met die kastanjen haaren
Dat helder blauwe oog die schoone frissche kleur
't Is Jane Hudig, ei, waarachtig, dat is keur
Drie dochters Abrahams zag ik in 't einde nadren.
Het rijk gezegend kroost van Israël oude vadren.
't Was Jetje Davids met de juffers Levijsson,
Gekleed met joodschen zwier en naar de eerste ton,
Ze zweefden windrig voort en haren zwarte oogen,
Die gingen lings en regts op 't heerendom gevlogen.
De Boompjes - van het ontstaan in de zeventiende, tot ver in de negentiende eeuw, was een lustoord voor de Rotterdammers. Op zondagen wandelde men er om te zien of gezien te worden. Deze pantoffelparade inspireerde een onbekende tot het bovenstaande gedicht.
Vele van de dames die de dichter in de Boompjes bewondert, stammen uil bekende Rotterdamse geslachten.
Hij ziet er bijvoorbeeld de zusjes Jaan en Trui Blokhuizen (= Blokhuyzen), van de Geldersche Kade. Hun vader, cargadoor, is lid van de firma Hudig & Blokhuyzen. Hun nichtjes Mietje en Jane Hudig wonen in de Boompjes.
Daar woont ook Sophietje Hogerwerf (= Hoogewerff). Haar vader is de eigenaar van een suikerraffinaderij, gelegen achter de Boompjes, die later in handen komt van de heren Van Oordt.
Cato Monchy (= de Monchy) woont op de Leuvehaven. Haar vader, de brouwer M. M. de Monchy, en van 2 januari 1818 tot zijn dood op 6 december van hetzelfde jaar burgemeester, was eens kolonel van de schutterij. Deze laatste funktie heeft ook de vader van Mimi s'Jacob bekleed.
![]() |
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
Terug naar de top |
---|