(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
---|
Naar beneden |
---|
In 1626 waren twee Turkse kaperschepen in de Britse wateren onderschept en gevlucht in de haven van Rotterdam. Aan boord waren zeventien Portugese gevangenen, van wie de meesten al jaren met zware ketenen geboeid als roeiers dienst deden.
De katholieken van Rotterdam hadden medelijden met deze mannen en wilden hen vrijkopen. Zodra de Turken dit bemerkten, stelden zij het losprijs zo hoog, dat de katholieken het bedrag niet konden opbrengen. Enige katholieken gingen daarom hulp zoeken bij de katholieken in de omliggende dorpen en brachten in enkele dagen de gevraagde vierduizend gulden bijeen.
De bevrijde gevangenen werden door de katholieken geherbergd, van kleding voorzien en vervolgens met voldoende reisgeld naar Brabant gezonden.
Isabella Clara Eugenia de Austria
1566 - 1633
dochter van Philips II
Landvoogdes van de Spaanse Nederlanden
samen met haar echtgenoot
Albertus van Oostenrijk
1559 - 1621
LINK
LINK
De infante Isabella ontving hen welwillend en, getroffen door de goedheid van de Hollandse bevolking liet zij negentien gevangenen afkomstig uit Rotterdam even goed verzorgd naar huis terugkeren.
De Hollanders waren overigens in die tijd evenmin als de Turken afkerig van kaperij.(LINK) De vloot van de West Indische Handels Compagnie, opgericht in 1621, veroverde in 1624 de stad San Salvador aan de Allerheiligenbaai in Brazilië en bracht twaalf Jezuieten missionarissen als gevangenen mee naar Amsterdam. Zes van hen werden daar in oktober 1624 ingesloten in een tuchthuis en pas vrijgelaten, nadat de katholieken eind 1626 een hoog losgeld betaald hadden.
De overige zes werden te Rotterdam in bewaring gesteld. Drie van hen, de paters Antonius Mathos, Gaspar de Silva en Simon de Sotomayer, waren tijdens hun overtocht van Brazilië naar Portugal door de Hollandse schepen gekaapt.
Of de katholieken van Rotterdam, evenals die van Amsterdam, iets voor deze zes gevangenen hebben kunnen doen, bleef onvermeld.
In 1626 echter werden er een groot aantal krijgsgevangenen, afkomstig uit Spaans Vlaanderen en andere gewesten, te Rotterdam in verzekerde bewaring gesteld. Het lange wachten op de onderhandelingen over hun in vrijheidsstelling moe, wisten zij door onachtzaamheid van de bewaking uit te breken. Zij verspreidden zich over de stad en om uit de handen van de overheid te blijven, doken zij onder bij de katholieke burgers, die hen liefdevol opnamen, verzorgden en de zieken onder hen verpleegden. Zodra zij op krachten gekomen waren, vertrokken zij per schip naar Vlaams Brabant.
Klik hier voor de overige kerk verhalen op onze site |
---|
![]() |
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
Terug naar de top |
---|