(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
---|
Naar beneden |
---|
Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan
Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net
Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Rotterdam en klik op ENTER
Ruimten voor de opslag van goederen in Rotterdam in 1902
Op de rechter Maasoever vindt men van oudsher talrijke pakhuizen, die óf aan kaden gelegen, óf alleen per as bereikbaar zijn. Bij het type van de Rotterdamse koopmanswoning der 17de en 18de eeuw, vindt men steeds op de begane grond een kantoor met daarachter gelegen grotere bergplaats, terwijl de woonvertrekken zich over de bovengelegen verdiepingen uitstrekken. Sedert de invoering van de stoomvaart moeten de opslagplaatsen van goederen echter aan geheel andere eisen voldoen. Vanaf die tijd blijft een stoomschip zo kort mogelijk in een haven: de gehele lading moet dus ten spoedigste gelost kunnen worden. Is deze eenmaal op de wal gebracht, dan heeft vervolgens van daaruit de distributie naar verschillende pakhuizen plaats. Waar men dus niet te doen heeft met goederen, die onmiddellijk in Rijnschepen gelost en in deze vaartuigen verder getransporteerd worden, moet men er op rekenen, dat er op de kade ruimte genoeg zal zijn, om daar de gehele lading neer te leggen. Bij de huidige havens stelt men terecht de eis, dat dit neerleggen zoveel mogelijk onder dak geschiedt, althans van die goederen die aan beschadiging door regen onderhevig zijn. Toch vindt men geen sheds langs de kaden aan de rechter Maasoever, waar de talrijke lijnboten op Engeland, Frankrijk en Noord-Duitsland vaste ligplaats hebben. Men streeft ernaar ook voor deze lijnen modernere inrichtingen in het leven te roepen. Thans lossen de stoomschepen hun ladingen daar op de kaden in de open lucht; deze worden verder zoveel mogelijk per sleperswagen naar de in de nabijheid gelegen pakhuizen gedistribueerd. Valt er regen, dan worden de goederen zo nodig met dekzeilen beschermd. De pakhuizen waarheen dit vervoer plaatsheeft, kan men naar gelang van het toezicht, dat door de Administratie der Inkomende rechten wordt uitgeoefend, verdelen in de volgende soorten:
1. Het Vrij Entrepot;
2. Particuliere Vrij Entrepots;
3. Fictieve entrepots;
4. Pakhuizen, die onder toezicht der Administratie staan.
1. Het Vrij Entrepot is een instelling, die voor rekening van de gemeente geadministreerd wordt onder leiding van een commissie, waarvan enkele leden door de koningin benoemd worden. Deze entrepots staan geheel onder bewaking van de Administratie. Het Vrij Entrepot heeft twee etablissementen; één aan de Boompjes, waar het zg. Oost-Indisch Huis, eertijds de zetel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, voor dit doel van het Rijk gehuurd wordt, en het gehele terrein met pakhuizen en sheds aan de Entrepothaven. De goederen, die aan belasting onderhevig zijn, worden onder toezicht van de Administratie naar deze entrepots vervoerd. De belasting behoeft pas betaald te worden, wanneer zij de inrichtingen verlaten.
2. De particuliere Vrij Entrepots zijn bestemd voor de goederen, die aan een hoge accijns onderhevig zijn, zoals spiritualiën, wijn, enz. Deze pakhuizen zijn in particuliere handen, doch staan geheel onder controle der Administratie, zodat zij geheel ingericht moeten zijn volgens haar voorschriften en er niets in- of uitgeslagen kan worden zonder haar medewerking.
3. De fictieve entrepots. Hierin worden de goederen ondergebracht, die aan lage rechten onderhevig zijn, zoals de petroleum, het katoenzaad, de tabak, het mineraalwater, enz. De Administratie bepaalt zich ertoe van tijd tot tijd de daarin aanwezige hoeveelheden te controleren. Deze entrepots hebben dus dezelfde voordelen als de overige, zonder er de nadelen, wat het onophoudelijk toezicht betreft, van te bezitten.
4. De pakhuizen die niet onder toezicht van de Administratie staan, bevatten dus óf vrije goederen, óf zulke, waarvan de rechten reeds betaald zijn. Een bijzondere categorie van pakhuizen wordt nog gevormd door die, die onder het beheer van "vemen" zijn. Deze belasten zich met het transport en de opslag van goederen; zij geven celen af van hetgeen zij onder hun bewaking hebben en blijven voor de hoeveelheid der daarin aangegeven goederen verantwoordelijk. Die celen kunnen dus verkocht of beleend worden. Deze voor de handel geheel onmisbare instellingen zijn in de laatste tijd zeer uitgebreid. Behalve vele kleinere pakhuizen, die zij in de oude stad bezitten, zijn door hun zorgen grote etablissementen op de linker Maasoever gebouwd. De voornaamste vemen zijn de volgende: "Pakhuismeesteren", "Vriesseveem", "Blaauwhoedenveem", "Leidsche Veem", "Maasveem", "Handelsveem", "Nederlandse Veem", "Wilhelminaveem". In de meeste van de aan deze corporaties toebehorende pakhuizen vindt men gedeelten, die als fictieve entrepots ingericht kunnen worden ten behoeve van de belaste goederen. Volledigheidshalve wordt hierbij gevoegd, dat ook het Vrij Entrepot bewijzen van opslag afgeeft, die evenals de celen beleend kunnen worden. Bieden de opslagruimten op de rechter Maasoever niet veel merkwaardigs aan, geheel anders is dat met de grote etablissementen op de linker Maasoever, waarvan een meer gedetailleerde beschrijving van belang is. Men vindt daar de volgende pakhuizen, sheds, enz.:
1. De loodsen, onder het rechtstreeks beheer van de Stedelijke Handelsinrichtingen:
De gezamenlijke grondvlakte der pakhuizen aan de linker Maasoever is 20.902 vierkante meter. De gezamenlijke oppervlakte der sheds is 77.486 vierkante meter.
a. Zeven van deze zijn opgesteld langs de oostzijde van de Spoorweghaven. Zij hebben een lengte, afwisselend tussen 80 en 200 meter en een breedte van 18.25 meter; behalve de perrons of marquise; de totale oppervlakte van die loodsen bedraagt 16.060 vierkante meter. Twee sheds zijn verdeeld in twee gedeelten. Al deze loodsen, dragende de nummers 1 tot 9, zijn van hout, behalve twee (nummer 1 en 7/8), die, na afgebrand te zijn, door constructies van steen met ijzeren of houten overkappingen vervangen zijn. De overige loodsen zijn echter alle van stenen eindmuren voorzien.
2. De pakhuizen en loodsen onder het rechtstreeks beheer van het Vrij Entrepot: Het grote pakhuis aan de noordzijde van de Entrepothaven is in vijf delen gesplitst, elk de naam dragende van een werelddeel; het geheel beslaat een oppervlakte van 3.700 vierkante meter. Het heeft een kelder van drie verdiepingen boven de begane grond. De goederen kunnen op de verdiepingen gebracht worden, behalve door de aan de buitenzijde opgestelde hydraulische kranen, door één lier met een hefvermogen van 1.000 kg en door 3 met een vermogen van 500 kg. Aan de andere zijde van de Entrepothaven bevinden zich binnen het afgesloten terrein twee houten loodsen, genummerd 31 en 32, die tezamen een oppervlakte hebben van 8.500 vierkante meter. Achter het Entrepotpakhuis is nog een kleine houten shed (no. 30) opgesteld, met een oppervlakte van 500 vierkante meter.
b. Twee loodsen langs de zuidwestzijde van de Rijnhaven, genaamd A en B. Elke loods is 109 meter lang en 40 meter breed, behalve de perrons. Zij hebben dus een gezamenlijke oppervlakte van 8.720 vierkante meter. Deze loodsen zijn van gegolfd plaatijzer met stenen eindmuren.
3. De loodsen behorende aan de gemeente, doch in vaste huur uitgegeven aan verschillende corporaties:
a. De loods no. 18, staande tussen de Binnenhaven en de Spoorweghaven, en verhuurd aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, een oppervlakte hebbende van 2.592 vierkante meter. Deze loods is geheel van hout.
4. De loodsen behorende aan particulieren, doch staande op terrein, gehuurd van de gemeente:
b. De houten loods no. 19. aan de Binnenhaven westzijde, verhuurd aan H.IJ.S.M. heeft een oppervlakte van 550 vierkante meter.
c. De loods no. 17, staande tussen de Binnenhaven en de Spoorweghaven, en verhuurd aan H.IJ.S.M. Deze loods bevat in het midden twee sporen en aan de zijden verhoogde perrons. De goederen blijven dus bij het lossen vanuit deze wagons geheel onder dak. Oppervlakte van deze loods is 3.000 vierkante meter. Zij heeft stenen wanden en een houten kap.
d. De loodsen no. 22 en 23 aan de Stieltjeskade, verhuurd met het omgevende terrein aan de firma Wm. H. Müller & Co., hebbende een oppervlakte van 1.890 vierkante meter. Hier hebben de boten op Hull, Aberdeen, Bilbao, enz., een vaste ligplaats. Deze loodsen zijn geheel van hout.
e. De loods aan de Stieltjeskade, verhuurd met het omgevende terrein aan de firma Phs. van Ommeren. Hier vinden de boten van de dagelijkse goederendienst op Londen vaste ligplaatsen. De loods is geheel van gegalvaniseerd plaatijzer en heeft een oppervlakte van 600 vierkante meter.
f. De loods no. 11 aan de oostzijde van de Spoorweghaven, verhuurd aan het "Nederlandse Veem". Deze loods heeft een oppervlakte van 590 vierkante meter en is geheel van gegalvaniseerd plaatijzer.
g. De loods no. 12, onmiddellijk naast de zo-even genoemde shed, verhuurd aan de firma Th. Dasbach, geheel gelijk aan de voorgaande met een oppervlakte van 590 vierkante meter.
h. De loodsen no. 13, 14, 15 en 16, aan de westzijde van de Binnenhaven, verhuurd aan verschillende firma's, geheel van hout gebouwd. Zij hebben een gezamenlijk oppervlak van 1.710 vierkante meter.
i. De houten loods no. 24, aan de oostzijde van de Binnenhaven, verhuurd aan de firma T. Kuypers voor de opslag van huiden, heeft een oppervlakte van 600 vierkante meter.
j. De sheds van de firma Wm. H. Müller & Co., staande aan de noordzijde van de Rijnhaven, hebbende een gezamenlijke oppervlakte van 3.600 vierkante meter. Deze loodsen zijn van gegalvaniseerd plaatijzer met stenen eindwanden.
k. De in aanbouw zijnde loodsen van de firma Wambersie & Co., zullen een gezamenlijke oppervlakte hebben van ongeveer 4.000 vierkante meter.
a. Het etablissement der "Rio Tinto Cy.", aan de oostzijde van de Binnenhaven, waar monsters kopererts gebroken en gekeurd worden. De loodsen hebben een oppervlakte van 850 vierkante meter.
5. De loodsen en pakhuizen, waarvan zowel het terrein als de opstal aan particulieren behoren:
b. De loods van de firma H.E. Oving jr., niet ver van de onder a genoemde sheds gelegen, en dienende tot de opslag van ijzeren balken, rails, enz., heeft een oppervlakte van 1.300 vierkante meter.
c. Het etablissement van de "Rotterdamse Lloyd" aan de Wilhelminakade. De loodsen zijn van gegalvaniseerd plaatijzer, met stenen eindmuren en hebben een gezamenlijke oppervlakte van 4.674 vierkante meter.
d. Het etablissement van de "Ned. Amerikaanse Stoomvaartmaatschappij" (Holland-Amerika Lijn), aan de Wilhelminakade. Deze loodsen zijn eveneens van gegalvaniseerd plaatijzer en hebben een gezamenlijke oppervlakte van 5.005 vierkante meter.
e. De loodsen van het "Blaauwhoedenveem", liggen onmiddellijk voor het straks te noemen pakhuis van die corporatie. Deze loodsen zijn geheel van ijzer, erboven bevinden zich platforms, die corresponderen met de verdiepingen van het grote pakhuis. De totale oppervlakte ervan is 2.095 vierkante meter.
f. Het etablissement van de firma's P.A. van Es & Co. en Phs. van Ommeren, waar de Liverpool en Manchesterboten aanliggen. Hier bevinden zich ijzeren loodsen tot een gezamenlijke oppervlakte van 1.440 vierkante meter.
a. De pakhuizen van de "Maatschappij tot Exploitatie van terreinen en gebouwen op de Wilhelminakade", die verhuurd zijn aan het "Vriesseveem", bestaan uit drie gedeelten, genaamd New-York, Baltimore en Chicago, en hebben behalve de kelder en begane grond, één verdieping. De grondvlakte beslaat 2.280 vierkante meter.
b. Het etablissement van het "Blaauwhoedenveem", eveneens staande tussen de Wilhelminakade en de Rijnhaven noordzijde, heeft, behalve een kelderverdieping en de begane grond, twee verdiepingen. Het bestaat uit drie afgescheiden gedeelten, genaamd Handel, Scheepvaart en Nijverheid. De pakhuizen zijn geheel elektrisch geoutilleerd. De grondvlakte is groot 4.264 vierkante meter.
c. De gebouwen van "Pakhuismeesteren", eveneens staande tussen de Wilhelminakade en de Rijnhaven, hebben behalve de kelder en de begane grond, twee verdiepingen. De geheel van elkaar afgescheiden pakhuizen, genaamd Java, Sumatra, Borneo en Celebes, hebben een gezamenlijke grondvlakte van 3.818 vierkante meter.
d. De pakhuizen van het "Leidchse Veem", staande op één rij met de onder a-c genoemde panden, hebben eveneens behalve de kelder, twee verdiepingen, en bestaan uit drie panden, genaamd De Ruijter, Johan de With en Tromp, hebbende een gezamenlijke grondvlakte van 2.020 vierkante meter. Deze gebouwen zijn elektrisch geoutilleerd.
e. De loods van de firma Leijenaar, staande ten oosten van het "Leidsche Veem", is geheel van gegolfd plaatijzer en wordt gewoonlijk voor houtopslag gebruikt. Zij heeft een oppervlakte van 1.350 vierkante meter.
f. Het pand De Molukken van het "Vriesseveem", gelegen aan de oostzijde van de Rijnhaven, heeft behalve de kelder en de begane grond, drie verdiepingen. Deze zijn ter breedte van 13 meter over de openbare weg heen gebouwd. Zonder die overbouwing heeft dit pand een grondvlakte van 1.520 vierkante meter. Dit gebouw bevat elektrische liften.
g. Loodsen, eveneens behorende aan het "Vriesseveem", geheel van gegalvaniseerd plaatijzer, tot een gezamenlijke oppervlakte van 2.100 vierkante meter.
h. Het pakhuis van het "Handelsveem", naast de onder f en g genoemde etablissementen, heeft behalve kelder en begane grond twee verdiepingen. De grondvlakte is groot 1.350 vierkante meter.
i. Het etablissement van het "Nederlandse Veem", eveneens aan de oostzijde van de Rijnhaven, is geheel analoog gebouwd aan dat van het "Vriesseveem". Behalve de over de openbare weg uitstekende verdieping, heeft dit gebouw een grondvlakte van 1.950 vierkante meter.
j. Een ijzeren loods ten noorden van dit pakhuis gelegen, en eveneens behorende aan het "Nederlandse Veem", heeft een oppervlakte van 1.170 vierkante meter.
k. Het etablissement van de "Holland-America Cotton Oil-Cy", wordt thans hoofdzakelijk gebruikt voor de opslag van katoenzaad; de ijzeren loodsen hebben een oppervlakte van 4.000 vierkante meter.
Hoogst merkwaardig is het, dat de grote behoefte aan pakhuisruimte zich pas in de allerlaatste jaren laat gevoelen. Terwijl nog voor een vijftal jaren er overvloed van plaatsruimte was, is er thans voortdurend gebrek, niettegenstaande de grote etablissementen van het "Blaauwhoedenveem", "Pakhuismeesteren", "Vriesseveem" en "Handelsveem" sedert 1895 tot stand gekomen zijn, terwijl het pand van het "Nederlandse Veem" bij het afdrukken van dit werk nog niet voltooid is. Volledigheidshalve wordt hier nog bijgevoegd, dat de "Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen" beschikt over vier loodsen op het emplacement ten westen van de Spoorweghaven, tot een gezamenlijke oppervlakte van 16.800 vierkante meter, terwijl de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij op het Maasstation aan de rechter Maasoever een shed-oppervlakte van 3.300 vierkante meter tot haar beschikking heeft.
Tenslotte volgt hier nog een opsomming van de ruimte voor berging van petroleum. De oudste der corporaties, die zich met de opslag van dit artikel belast, "Pakhuismeesteren", heeft op het haar ter beschikking staande etablissement twee petroleumtanks, hebbende tezamen een inhoud van 42.000 vaten, benevens twee reservoirs voor smeer- of machineolie, met een gezamenlijke capaciteit van 1.050.000 liter.
Voor het bergen van hars is een afzonderlijke loods met een oppervlakte van 3.300 vierkante meter en voor het vullen en behandelen van de petroleumvaten vindt men een shed-ruimte met een gezamenlijke oppervlakte van 8.200 vierkante meter.
Het westwaarts aan dit etablissement grenzende terrein wordt door "Pakhuismeesteren" verhuurd aan de "American Petroleum-Cy". Hier vindt men 7 tanks met een gezamenlijke inhoud van 120.000 vaten, benevens een loods-ruimte tot het vullen en opslaan van de vaten, met een gezamenlijke oppervlakte van 5.300 vierkante meter.
De "Deutsch Amerikanische Petroleum-gesellschaft" heeft 3 tanks met een inhoud van 45.000 vaten en een shed-ruimte met een oppervlakte van 3.500 vierkante meter.
De firma H. Rieth & Co. heeft een etablissement met 1 tank, hebbende een capaciteit van 24.500 vaten, en met een shed-ruimte van 250 vierkante meter.
De "Pure Oil-Cy." bezit 2 tanks met een gezamenlijke inhoud van 47.000 vaten en een shed-ruimte van 1.500 vierkante meter.
In het geheel is er dus voor de opslag en de manipulatie van petroleum beschikbaar een tankruimte met een capaciteit van 278.500 vaten en een shed-ruimte van 24.550 vierkante meter.
Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan
Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net
Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER
![]() |
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
Terug naar de top |
---|