(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
---|
Naar beneden |
---|
Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan
Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net
Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Hofpoort en klik op ENTER
Het Land van Beloften, gelegen buiten't Hofpoortje van Rotterdam.
1670
De Delftse Poort met links de Hofpoort
Het is mij een genoegen u mee te nemen naar Katshoek in de 17de eeuw, waar mijn stamgrootouders Joost Florisz van der Laen (alias Pronck), pottebacker, en zijn vrouw Maertge Leenderts van 7 mei 1643 tot 20 augustus 1649 een huis en erf gelegen buiten het Hofpoortje, genaamd HET LAND VAN BELOFTEN in eigendom hadden en daar een pottenbakkerij begonnen.
Ook wil ik u graag iets vertellen over de voorgeschiedenis van dit gezin, over het pottenbakkersbedrijf in de 17de eeuw en over de omgeving van de pottenbakkerij in die periode.
Joost Florisz, pottebacker, woonde in 1628 aan de Gasthuislaan in Delft en trouwde daar in 1628 met Maritgen Lenerts. Het echtpaar kreeg 8 kinderen. De opleiding tot pottenbakker heeft Joost in Delft gehad.
In de Delftse pottenbakkersnering in de Gouden Eeuw wordt hij al als pottebacker vermeld en wel als producent van rood pottengoed.
Hier volgt wat informatie over het pottenbakkersbedrijf in die tijd uit het hierboven genoemde boek.
- Voor de berekening van de productie op jaarbasis diende rekening te worden gehouden met de periode dat het werk in de pottenbakkerij stil lag. Dit was in de winter.
- Niet alleen de tijd dat door vorst transport van grondstoffen en brandstof per schip was uitgesloten, bij vriezend weer was de kans op vorstschade wat de vormelingen betreft groot.
- De nog vochtige klei van het draaigoed in de droogruimten van de pottenbakkerij was uiterst gevoelig voor temperatuur onder het vriespunt.
- De eigenaar-pottenbakker werkte met gezinsleden in het bedrijf. Slechts bij een tekort aan deze arbeidskracht was er sprake van betaalde arbeid, loonarbeid van beperkte omvang tot een maximum van drie knechten per bedrijf.
- De echtgenote van de eigenaar-pottenbakker nam in de bedrijfsvoering een essentiële plaats in. Bovendien kon zij na het overlijden van haar man het bedrijf voortzetten zonder de verplichting een dure meesterknecht in dienst te nemen.
Joost is geboren als zoon van Floris Jorisz de Calckmeter en Judith Joosten voor 1617 in Delft, de exacte datum is niet bekend. In 1624 overleden zijn ouders en kwamen zijn twee jongste zussen in het weeshuis terecht, waarschijnlijk door de pestepidemie in Delft toentertijd.
In 1636 huurt Joost Florisz, pottebacker, een huis met erf en pottenbakkerij aan de Delftse Vaart in Rotterdam voor 130 gulden per jaar.
Het Allebroersklooster langs de Delftse Vaart in de 16e eeuw
In 1643 koopt Joost Florisz Pronk voor 1500 gulden HET LAND VAN BELOFTEN, beoosten der volmolen aen't gangpadt, belent ten westen 't selve gangpadt, ten oosten Mees Jacobs scheepmaker, streckende voor van cade tot achter aen de voorzegde gang, breed wezende 4 voeten, buijten den drop van huijzinge van Joris Cornelis Buijrman, cleischieter gecomen etc.
Voor 7 mei 1643 was het betreffende huis met erf in bezit van Jacob en Wouter Woutersz van der Bel, metselaer.
Voor 9 mei 1642 was hetzelfde huis met erf, genaamd HET LAND VAN BELOFTEN, eigendom van Andries Jacobs Swaen.
Voor 27 april 1640 was Maritge Schouten, weduwe en boedelhoudster van Leendert Willems, eigenares, die het op 3 april1640 voor 220 gulden had gekocht van Abraham Gerritszoon, wonende in Sijmonshaven, als enig erfgenaam van Gerrit Willemszoon, zijn vader.
Uit: De Rotterdamsche plateel- en tegelbakkers en hun product 1590 - 1851.
Aanteekeningen blz. 289.
- 1649. No. 96. Joost Floriszn. Pronck, ook wel kortweg Joost Floriszn. genoemd, wordt nu als tegelbacker, dan weder als pottebacker aangeduid. Hij is evenwel eigenaar van eene pottebackerij geweest; vermoedelijk zijn dus de tegels, die hij vervaardigde, geen majolica-muurtegeltjes, doch vloertegels geweest.
- 1649. No. 97. Michiel Gerritzn. tegelbacker koopt 20 augustus 1649 voor 4090 gulden 10 stuiver de pottebackerij van wijlen Joost Floriszn. Pronck, pottebacker, protocol no. 288G Buiten, gelegen bij Katshoek. ( Gifteboek No. 32, fol. 60).
Vereenigingsleven. Hoofdstuk 9.
- Wegens de snelle uitbreiding, die het plateel- en tegelbakkersbedrijf in de jaren 1620 - 1640 had genomen, oordeelden Schout, Burgemeesteren en Schepenen van Rotterdam het raadzaam en wenschelijk dit bedrijf wettelijk te regelen. Zij besloten de plateel- en tegelbakkers, die geen afzonderlijk gilde vormden, op te nemen in het Sint-Lucasgilde.
Oud Notarieel Archief Schiedam.
Samenvatting.
- Op 29 april 1661 verklaart Maertge Lemerts, weduwe van Joost Floriszoon, wonend in Schiedam, 65 jaar oud, dat ongeveer 21 jaar geleden haar man een zeker erf, waarop de pottenbakkerij van de genoemde Bundervoet tegenwoordig staat, gekocht heeft om daar een pottenbakkerij op te richten.
Op aanklacht van enige buren is hem dat vanwege brandgevaar verboden door de magistraat van Rotterdam.
Doch zes weken na het betreffende verbod heeft de magistraat meegedeeld, dat hij, als ze op dezelfde verstandige wijze zouden doorgaan, mits stevig en sterk te bouwen, toestemming kreeg hiervoor.
Haar man heeft toen zelf een geschikte pottenbakkerij gebouwd, die door hem en daarna door haarzelf continu in bedrijf is gehouden, tot de pottenbakkerij omtrent elf jaar geleden is verkocht aan Gerrit Michielszoon Bundervoet.
Gedurende de tijd dat de pottenbakkerij in gebruik was, is hun nooit een verbod opgelegd door de eerdergenoemde magistraat, maar hebben zij steeds de pottenbakkerij zonder onrust en vreedzaam bezeten en gebruikt.
Verleden ter presentie van etc. J. Bollaert. Notaris Publicus. 1661.
- Van 1670 tot 1691 was het huis met erf eigendom van Johan Ponsman.
- In 1691 wordt Samuel Verweij eigenaar van HET LAND VAN BELOFTEN en na zijn dood zijn weduwe Marijs Ponsman.
- In 1721 ontstond er een geschil over een deur of uitgang bij HET LAND VAN BELOFTEN.
Compareerde mede Marijs Ponsman, weduwe Samuel Verweij, oud 69 jaren, dat deposante 36 jaren geleden is geweest eijgenaresse van 't huijs of huijsinge vooraen in Catshoek, nu toebehorende den requisant ende dat er bewesten de loods van hem Dirk Jansz Rodenrijs, ten tijde of geen deur of uijtgang is geweest, maar dat er bij later tijd met gewelt door een knegt van Jan Jansz. Rodenrijs een gat in de planken is gesaegt, alwaer hij doenmaels een deur heeft gestelt, alsmede dat hij Jan Jansz. Rodenrijs ten tijde voorzegd zijn uijtgang was hebbende beoosten de melte loots.
Hiermee besluit ik het uitstapje naar HET LAND VAN BELOFTEN, de pottenbakkerij van mijn stamgrootouders buiten 't Hofpoortje van Rotterdam in de 17de eeuw.
Toelichting:
- Volmolen. Vollen is het doen vervilten van wollen weefsel
Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan
Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net
Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER
![]() |
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
Terug naar de top |
---|